RSS
Zoeken

Verhaal - Even patat halen

Geplaatst op: 22 maart 2013 - Categorie: Kunst & Cultuur

LenteHOLLUM - Het eiland barst van de verhalen. Wij verzamelen ze hier voor u. Anekdotes, reisverhalen, geschiedenissen, sprookjes: als het maar een link heeft met Ameland. De link kan het onderwerp zijn of de auteur.

Via deze link komt u bij alle verhalen.
Hieronder een verhaal van Jan Tuininga.

Even patat halen

In 1965 voer ik als stuurman op de kuster “Herta” uit Groningen. We waren op 19 augustus 1965 vertrokken uit Kerteminde (klein vissershaventje aan de oostkust van Funen –Dk), met een lading boomstammen voor een Engelse ontvanger. Daarvan lag een flink aantal aan dek om toch zoveel mogelijk mee te kunnen nemen. De bestemming was Rochfort, een kade in een kreek oost van Southend-on-Sea. Daar de weerberichten niet al te best waren werd besloten om via het Kielerkanaal te gaan, daar kon dan tevens worden gebunkerd en proviand worden ingeslagen.
Op 20 augustus kwamen we in Holtenau het kanaal binnen en hoorden daar dat we in Brunsbuttel (andere kant van het kanaal) van gasolie en proviand voorzien zouden worden.

De kapitein was daar erg blij mee en zijn vrouw toch wel. Zij woonden namelijk in Brunsbuttel en het betekende dat ze wat bekenden zouden zien. Het weerbericht was er inmiddels niet beter op geworden en na kontakt met Wagenborg en de eigenaar werd besloten om in Brunsbuttel beter weer af te wachten.
Nu wilde het toeval dat de ouders van Riet (toen nog mijn vriendin) en haar zusje ook aan boord waren. Mijn a.s. schoonvader deed n.l een aflosreis als machinist  op het schip. 


De 21e augustus arriveerden we in Brunsbuttel en werd er geproviandeerd en gasolie ingenomen. We hadden een ligplaats toegewezen gekregen die ca 100 mtr van het huis van de kapitein was gelegen. Daar lagen we twee dagen. De laatste avond werd er over een en ander gesproken en toen viel het woord patat frites. 
Nu was het bekend dat mijn vader een patat zaak had op Ameland dus werden er de nodige grapjes gemaakt zoals: ”nou als we Ameland passeren moet we ze maar even een frietje laten brengen", waarop de kapitein zei: “doe er dan ook maar een kippetje bij.“ Zijn vrouw wilde er wel een bockworst bij, enz. enz.
Het weer was opgeknapt, de berichten een stuk beter dus in de middag van de 23e zijn we vertrokken. Na het schutten (de sluis van Brunsbuttel) bleek het op de Elbe al behoorlijk druk te zijn. We trokken daaruit de konklusie dat het goed vaar weer zou zijn buiten. In het begin van de avond kwamen we de Noordzee op en daar bleek alleen nog een beetje deining te staan.

Toen ik om 00:00 uur de wacht overnam van de kapitein waren we al flink opgeschoten. Het wachtje was vlug genoeg voorbij en om 06:00 nam de kapitein de wacht weer over. Toen hij mij “goede rust” wenste zei hij er nog achteraan dat we tegen ca 11:00 ter hoogte van Ameland zouden zijn. Ik verdween naar mijn hut en ging slapen.
Om 10:30 werd ik geroepen door de meester (de machinist) dat ik direct boven moest komen. In de gedachte dat er misschien wat met de motor was of dat het mistig was geworden zorgde ik er voor dat ik zo snel mogelijk in de stuurhut kwam.

Daar bleek niets aan de hand , maar de kapitein zei :”We gaan zo ankeren want jij zou even een patatje halen bij je vader”. Ik schoot in de lach en dacht nog steeds dat hij een grapje maakte, maar hij bleek het te menen.
Even later lagen we voor anker en zetten wij de werkvlet ,voorzien van een buitenboord motor, te water. Er was al besloten dat de meester en een matroos mee zouden gaan .
Als de motor om wat voor reden dan ook zou stoppen moest er geroeid worden en dat moest door tenminste twee man gebeuren.

Na ca 10 minuten voeren we het strand op en daar had zich al een groepje mensen verzameld die nieuwsgierig vroegen wat er aan de hand was. Toen ik vroeg  aan een van de heren of het klopte dat er een patat zaak net achter het duin stond ,werd er eerst een beetje vreemd gekeken maar toen schoot iedereen in de lach. De diensdoende strandwacht was inmiddels ook gearriveerd en dat bleek Corke de Jong te zijn (van Kees en Duifke), die vond het ook wel leuk en hij zou op de boot en de spullen passen tot we terug waren.

Arie, de matroos, had inmiddels zijn oog laten vallen op een paar leuke jonge dames en was amper te bewegen om mee door te lopen. Toen we badhokjes passeerden was er al heel veel bekijk  maar we gaven aan dat we door moesten lopen. Bij het cafetaria aangekomen gingen we door de achterdeur naar binnen. Toen ik “goedemorgen“ zei , antwoorde mijn vader boos dat ik veel te laat was. Hij dacht dat ik mijn jongste broer was, en stootte ook nog zijn hoofd aan de aardappelschrapmachine waar hij mee bezig was. Het verbaasde gezicht van de beste man zie ik nog! Hij vroeg: “waar komen jullie nu toch in godsnaam vandaan?” Dus even verteld hoe de vork in de steel zat en meteen maar gezegd dat we graag wat patat en gebakken kippetjes en wat bockworsten mee terug wilden nemen naar boord. Mijn moeder was nog niet aanwezig en dus maar even naar huis gebeld, die dacht dat ik een grapje maakte toen ik zei dat we in het cafetaria stonden en wie er bij me waren.
Die kwam even later op de fiets aan, ze had de schort nog voor, en vond het allemaal zeer vermakelijk.

Toen de “bestelling” klaar was en goed geïsoleerd was ingepakt vertrokken we weer richting strand. Terwijl we daar heen liepen kwamen we Epke v.d. Geest tegen, die vond het prachtig en riep dat hij de krant zou bellen, wat we voor kennisgeving aannamen. Boven op de strandtoegang aangekomen stond er een Duitse toeriste met een hele mooie dochter in badkostuum en Arie kwam ogen te kort. Blijkbaar werd er tegen hem gelachen want hij zei tegen die mevrouw: “mevrouw kan ik uw dochter ook ruilen tegen mijn gebraden kippetje?” Het antwoord van de mevrouw was: “Wie bitte?“  Dat werd dus een flinke lachpartij. Mijn moeder was meegelopen met haar fototoestel, want ze wilde een paar foto’s maken natuurlijk.
Later bleek dat ze niet goed doorgedraaid had en dat de meeste foto’s over elkaar waren genomen. We werden met behulp van een paar badgasten weer in zee geduwd en voeren terug naar het schip.

Nadat we anker op waren gegaan hebben we genoten van de meegebrachte etenswaren. Het muisje had echter nog een staartje. Epke v.d. Geest had de daad bij het woord gevoegd en de Telegraaf gebeld. Het gevolg was dat mijn ouders ’s middags vele kranten aan de lijn kregen die graag nadere bijzonderheden wilden hebben. Toen ik vanuit Engeland mijn vriendin belde, kregen we te horen dat we zelfs voorpaginanieuws geweest waren.

Na lossing moesten we naar IJmuiden om kunstmest te laden. Bij aankomst in IJmuiden troffen we een erg boze douane en Kon. Marechaussee want we waren oningeklaard en zonder toestemming Nederland binnen geweest. De vertegenwoordiger van Wagenborg heeft het hen nog maar eens fijn uit de doeken gedaan en het bleef gelukkig bij een berisping. Ook de Scheepvaartinspectie kwam nog aan boord en wilde het gebruikte materiaal zien; die reageerden veel positiever. Zij vonden het tenminste een echte sloepenrol en complimenteerden de kapitein met het verhaal (dat stond inmiddels wel in het Scheepsjournaal).

De friet en de kippetjes waren lekker, om het te doen was erg leuk , maar zo een vervolg hadden we eigenlijk niet verwacht. De meester is in 1967 mijn schoonvader geworden en Arie is later van boord gegaan en hebben we nooit weer wat van gehoord. De kapitein (Koos Klootsema) heb ik later nog vaak ontmoet en jullie mogen raden waar het gesprek dan over ging.

Harlingen, 19-03-2013

Jan Tuininga

Relevante dossiers: Hart van Ameland
Naar nieuwsoverzicht
Ads door PA
Gesponsorde links:
Hier adverteren?