Na de ontbinding in de WW

Werkgever en werknemer gaan samen een arbeidsovereenkomst aan voor bepaalde tijd en in die overeenkomst staat niet dat deze overeenkomst tussentijds kan worden beëindigd.
In principe moeten werkgever en werknemer deze overeenkomst uitdienen.
Toch komt het voor, dat werkgever en werknemer er na verloop van tijd achter komen dat dit zo niet werkt. En ze besluiten dat het beter is dat ze de overeenkomst tussentijds ontbinden. Met wederzijds goedvinden.

Onlangs speelde er een procedure tussen werknemer en het UWV. Want zei het UWV: in de arbeidsovereenkomst is geen clausule opgenomen dat er tussentijds beëindigd kan worden dus geen recht op een ww-uitkering.

Dat werkgever en werknemer in de vaststellingsovereenkomst wel een clausule hadden opgenomen dat tussentijds opzeggen mogelijk maakte vond het UWV onvoldoende. Het stond niet in de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst dus geen recht op ww.

De Centrale Raad van Beroep ging hier niet in mee. Die stelde dat het Burgerlijk Wetboek alleen als eis voor het tussentijds opzegbeding stelde dat deze schriftelijk moest zijn overeengekomen. Dus: in de arbeidsovereenkomst is goed, maar in de vaststellingsovereenkomst is ook prima.

Met andere woorden: wanneer werkgever en werknemer de mogelijkheid willen openhouden dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussentijds beëindigd kan worden zal dit schriftelijk moeten worden overeengekomen. Is dat in de arbeidsovereenkomst niet gebeurd, bijvoorbeeld omdat de werkgever niet wil dat de werknemer voortijdig vertrekt, dan kan dit nog worden gerepareerd in de vaststellingsovereenkomst.

Wanneer dit ook achterwege blijft loopt de werknemer het risico dat het UWV de aangevraagde ww-uitkering weigert.

Meer weten? Vraag onze adviseurs.

Frans van Wieren, Van Wieren en Vellinga, Dokkum

Tom Wegeling
Tom Wegeling
Artikelen: 23

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *