RSS
Zoeken

Tranen in de trein

Geplaatst op: 04 januari 2017 - Categorie: Alles & Algemeen

BONAIRE - Een verhaal van Ria Evers-Dokter.

Tranen in de trein
De trein was laat, had vertraging en zo kwam het dat we pas laat in de avond van het station wegreden. Ik verheugde me erg op de lichtstad. Ik had altijd al eens met mijn moeder naar Parijs willen gaan, maar het was er helaas nooit van gekomen.

Ze zat tegenover me, behaaglijk in haar fluffy winterjas, een jonge vrouw met verdrietige ogen. Toen onze blikken elkaar weer kruisten zag ik tranen glinsteren. Spontaan bood ik haar een tissue aan. “Sorry” zei ze, ”Ik moet in deze tijd van het jaar altijd denken aan mijn kindertijd.” “En dat maakt je verdrietig?” vroeg ik. Ze knikte langzaam. “Ja, want die tijd was niet erg gelukkig.” Ik wist niet wat ik moest antwoorden en bleef haar aankijken. Als ze wilde, kon ze gerust verder vertellen. Uit eigen ervaring weet ik dat zoiets kan opluchten, vooral als je het aan een volslagen vreemde vertelt.
“Ja, en als ik dan in Frankrijk ben waar iedereen wijn drinkt, maakt het me nog verdrietiger. Ik drink nooit. H.e.l.e.m.a.a.l. nooit. Drank stinkt, kost veel geld, maakt je tot een ander mens en maakt alles kapot. Altijd!”
Zo’n uitbarsting had ik niet verwacht. Ik bleef stil en keek haar weer uitnodigend aan. “Kom maar op, lucht je hart,” dat straalde ik hopelijk uit.

“Ik was zo blij dat ik broertjes zou krijgen. Ik woonde alleen met mijn moeder en op een dag vertelde ze me dat we misschien een nieuwe pappa zouden krijgen en dat die pappa ook al kindjes had, maar geen mamma. Dus zou mijn mamma met die pappa gaan trouwen. Ik was veel alleen en verheugde me enorm op dit nieuwe gezelschap. Op een mooie zonnige dag kwam er een mijnheer in ons huis die mijn gezicht begon in te smeren met chocolade." “Insmeren met chocola?” vroeg ik. “Waarom zou hij dat hebben gedaan?” “Omdat hij wist dat ik dolgraag een negerpop wilde hebben en die nog niet had en dat hij mij zo met die chocola in een negerpop zou veranderen,” antwoordde ze me meteen terug. Ik was met stomheid geslagen en wist niet wat te zeggen.

Maar ze vertelde al weer verder. Kennelijk was het hek nu van de dam. “Hij smeerde maar en hij rook zo vreemd zoet”. Ik werd boos op hem, omdat hij mij aanraakte, terwijl hij niet eens wist wie ik was.” Maar die meneer bleef bij ons en sliep bij mamma in bed. Daar was geen plaats voor mij. En toen, op een dag, waren daar twee kleine jongetjes. Die kwamen bij ons wonen, want dat waren de kindjes van die meneer. En toen was ons huis vol en was er elke dag ruzie. En ik moest hem pappa gaan noemen, maar dat was gek. Dat was hij toch helemaal niet. Mamma huilde veel, de kindjes deden ook vreemd en ik vond het helemaal niet gezellig met hen. Helemaal niet. Mamma was altijd bang als die pappa thuis moest komen van zijn werk. Dan kwam hij altijd laat en dan rook ik weer dat zoete luchtje, waar hij naar rook toen ik hem voor het eerst zag. De tranen waren niet van de lucht, ruzie bepaalde ons leven. De ruzies gingen altijd over de jongetjes en mij en over geld, want er was geen geld. Dat was altijd op. Mamma moest gaan werken en dan was er pas weer geld”.

Ik onderbrak haar verhaal, want ze praatte steeds harder en sneller en de tranen vloeiden steeds harder. “Weet je, je kan er wel iets aan doen. Je kan zelf beslissen dat je er nooit meer aan wilt denken en je kan alle nare dingen proberen te vergeten. En dan daarvoor in de plaats doe je wat fijn en zonder pijn voor je is. Ga doen wat je altijd hebt willen doen, reis, ontmoet mensen en kies die mensen in je leven die je er wel in wilt hebben. Kies iets uit waar je keigoed in bent en ga daarmee verder. Vermijd situaties die je aan vroeger herinneren. Doe precies het tegenovergestelde van wat er in je herinneringen verkeerd was.”
“En dat helpt?” vroeg de jonge vrouw met een sprankje hoop in haar ogen. “Reken maar dat het helpt,” was mijn snelle antwoord.
“Wat bijzonder is dit,” vervolgde ze. “In een trein met een volslagen vreemde te praten over je leven. Ik ga het echt doen! Ik ga dat doen wat u mij adviseert.” Ze schoof op haar bank, pakte haar rugtas en zette die op haar schoot.

“Dank u wel hoor. Ik zal u nooit meer zien, denk ik, maar ik vind het fijn dat ik af en toe aan u kan terugdenken.” “Mooi zo”, sprak ik en ook ik maakte me klaar op te gaan uitstappen. De trein gleed Parijs binnen. Een sneeuwbui versluierde het stralende licht. Ik trok mijn jas stevig om me heen en sloeg mijn warme shawl om. Ze sprong uit de trein, zodra die stil stond en holde het perron op.
Ik volgde haar langzaam en ging door met mijn eigen plan... vermijden wat in mijn herinneringen verkeerd was.

© Ria Evers-Dokter
Hollum Ameland
22 december 2015

⇒ lees hier meer verhalen van Ameland

Relevante dossiers: Hart van Ameland
Naar nieuwsoverzicht
Ads door PA
Gesponsorde links:
Hier adverteren?