Telegrambestellers voor een postkantoor, begin twintigste eeuw

Verdwenen, maar niet vergeten: Toen de post nog in de woonkamer lag

BUREN / HOLLUM / NES – Geen melding op je telefoon. Geen WhatsApp. Geen e-mail. Geen pakketbezorger die via een app laat weten dat hij nog drie adressen van je verwijderd is. Wie iets van iemand aan de vaste wal wilde horen, moest wachten. Op een brief. En als het weer tegenzat, kon dat wachten op Ameland behoorlijk lang duren.

Serie

Verdwenen, maar niet vergeten

Plekken en verhalen van het oude Ameland

Ameland verandert voortdurend. Gebouwen verdwijnen, bedrijven sluiten, landschappen verschuiven en soms blijft van een plek uiteindelijk alleen een foto, een herinnering of een verhaal over.

In de serie Verdwenen, maar niet vergeten duiken we in plekken en verhalen die ooit bij het eiland hoorden, maar die je vandaag niet meer terugvindt zoals vroeger. We kijken niet alleen naar wat er verdwenen is, maar vooral naar de mensen erachter.

Niet ieder verdwenen verhaal gaat over een gebouw

In ‘Verdwenen, maar niet vergeten’ zoeken we naar het Ameland dat er ooit was en dat langzaam uit het zicht is geraakt. In de eerste afleveringen stonden Hotel Scheltema en Strandhotel Steinvoorte centraal. Daarna gingen we naar de oude boterfabriek en elektriciteitscentrale van Nes.

Ditmaal zoeken we niet één verdwenen gebouw op. We zoeken iets dat misschien nog ingrijpender veranderd is: de manier waarop Ameland met de buitenwereld communiceerde.

Een brief was ooit geen aardigheidje tussen de reclame. Het was nieuws. Een telefoon was geen apparaat dat iedereen in zijn zak had. In Buren was er een tijd dat er in het hele dorp maar één abonnee was. En het postkantoor was niet zomaar een balie waar je een pakket afgaf. Het was een verbinding met de rest van Nederland.

De post kwam letterlijk aan huis

Telegrambestellers voor een postkantoor, begin twintigste eeuw
Telegrambestellers voor het postkantoor in Hoofddorp, begin twintigste eeuw. Historisch Archief Haarlemmermeer via Wikimedia Commons (CC0). Illustratief voor de tijd waarin post en telegram nog het nieuws brachten.

In Buren werd in 1893 een zogenoemd Rijksdepôt gevestigd bij J. Mosterman, die ook herbergier was. Daar konden postzegels, briefkaarten en postformulieren worden gekocht. Aan het huis kwam een brievenbus te hangen.

Dat klinkt klein. Dat was het ook. Maar voor een dorp op een eiland was zo’n voorziening belangrijk. De post werd vanuit Nes verzorgd. Wanneer de brievengaarder zijn ronde naar Buren maakte, werd ook de bus gelicht.

In 1901 kwam het depot bij hulpbesteller D. Brouwer terecht. In 1923 volgde zijn zoon J. Brouwer hem op. En bij die familie komen we dat prachtige detail tegen over de winterpost.

Als de boot niet kwam

Ameland was veel afhankelijker van weer en water dan tegenwoordig. Wanneer het eiland door winterse omstandigheden geïsoleerd raakte, kwam ook de post niet normaal binnen.

Geen brief van familie. Geen zakelijke correspondentie. Geen pakket. Geen krant of bericht dat op de gebruikelijke manier zijn bestemming bereikte.

En zodra de verbinding hersteld was, kwam alles alsnog. Dan kon er zoveel post zijn dat de woonkamer van Brouwer veranderde in een soort tijdelijk distributiecentrum. Brieven en pakketten lagen klaar en in het dorp werd bekendgemaakt dat men de post kon ophalen.

Je ziet de deur bijna opengaan. Iemand komt binnen voor een brief. Een buurman staat misschien al te wachten. Een pakket wordt tussen de stapels gezocht. Er wordt gevraagd of er ook iets voor die-en-die is. En waarschijnlijk werd er ondertussen nieuws uitgewisseld. Post was niet anoniem. De post hoorde bij mensen.

Wie schreef er?

Wie stuurde de brieven naar Ameland? Eilanders die aan de wal werkten? Kinderen die voor studie of werk waren vertrokken? Familieleden? Militairen? Vakantiegangers die na thuiskomst contact hielden?

Officiële bronnen vertellen ons waar een postvoorziening gevestigd was en wie er werkte. Maar ze vertellen zelden hoe vaak iemand op een winterdag naar buiten keek en dacht: zou er vandaag post komen? Daarvoor hebben we herinneringen nodig.

Nes kende een lange postgeschiedenis

Ook in Nes verhuisde de post door de jaren heen. Al in 1848 was er een distributiekantoor in de woning van C. Colmer, die ook postschipper was. Daarna volgden andere adressen en andere brievengaarders.

Dat woord alleen al – brievengaarder – klinkt inmiddels alsof het uit een andere wereld komt. Maar het was een echte functie. De brievengaarder ontving, sorteerde en verzorgde de post. Op een eiland was de verbinding tussen schip, kantoor en bezorger essentieel.

Later kwamen post, telegraaf en telefoon steeds dichter bij elkaar. In 1918 verhuisde het hulptelegraaf- en telefoonkantoor in Nes naar het hulppostkantoor. Communicatie veranderde. Maar niet meteen voor iedereen.

Eén telefoon voor een heel dorp

Buren had in 1940 geen eigen hulptelefoonkantoor. En er was in het dorp maar één telefoonabonnee: Tames Oud.

Meester Oud was hoofd van de school en een bekende figuur in het dorp. Zijn telefoon maakte zijn huis ook tot iets anders: een verbinding voor Buren met de buitenwereld.

Hij mocht gratis gebruikmaken van de telefoon, onder de voorwaarde dat ook andere inwoners van Buren het toestel konden gebruiken. Wie wilde bellen, ging dus naar meester Oud. Gesprekken werden genoteerd en de kosten bijgehouden.

Maar mensen konden ook worden gebeld terwijl zij thuis geen telefoon hadden. Wanneer er een bericht binnenkwam voor iemand anders in het dorp, moest dat bericht worden overgebracht. Dat gebeurde vaak door Lena, de dochter van meester Oud.

‘Er is telefoon voor jullie geweest’

Wat moet dat een bijzonder systeem zijn geweest. Iemand belt vanaf de vaste wal. Het toestel gaat over bij de familie Oud. De boodschap is voor iemand een paar straten verderop. En vervolgens moet iemand naar die persoon toe om te vertellen dat er gebeld is en wat er is gezegd.

In 1942 gebeurde dat volgens de bewaard gebleven gegevens 301 keer. Driehonderdéén telefonische berichten die niet automatisch bij de bedoelde persoon terechtkwamen.

Tegenwoordig sturen we in een paar seconden een bericht naar de andere kant van de wereld. Toen liep een meisje door Buren om te vertellen dat er telefoon was geweest. Het is moeilijk een mooier voorbeeld te vinden van hoe snel onze wereld veranderd is.

In Hollum verhuisde het postkantoor mee met de tijd

Ook Hollum kende door de jaren heen verschillende locaties voor de post. Het kantoor zat onder meer aan het Zwaneplein, de Johan Wilhelm Burgerstraat, Herenweg, Burenlaan, Schoolstraat en Westerlaan.

Uiteindelijk kwam er aan de Westerlaan een postkantoor met telefooncentrale. Een van de mannen die daar werkte, was Wim de Boer. En via hem krijgt dit verhaal plotseling een veel serieuzere wending.

Want een telefooncentrale was tijdens de Tweede Wereldoorlog niet alleen een plek waar gesprekken werden doorgeschakeld. Het kon ook een bron van informatie zijn.

Wim de Boer luisterde mee

Wim de Boer begon op 15 december 1939 bij het poststation in Hollum. Omdat telefoongesprekken via de centrale liepen, zat hij op een bijzondere positie. Ook gesprekken van Duitse militairen kwamen langs hem.

De Boer ontdekte dat hij met een speciale spreeksleutel kon meeluisteren zonder dat de bellers dat in de gaten hadden. De informatie die hij hoorde, gaf hij door aan het verzet.

Daarmee werd een alledaagse werkplek ineens onderdeel van het ondergrondse verzet op Ameland. Het moet gevaarlijk zijn geweest. De Duitsers kregen vermoedens en wisten dat meeluisteren technisch mogelijk was. De Boer bleef desondanks doorgaan.

Een plek waar normaal gesproken berichten over familie, werk en dagelijkse zaken werden doorgegeven, werd zo tijdens de oorlog een plaats waar informatie letterlijk van levensbelang kon zijn.

De telefooncentrale als middelpunt

Voor jongere generaties is nauwelijks nog voorstelbaar dat telefoneren niet automatisch ging. Een telefoniste of medewerker van de centrale kon onderdeel zijn van de verbinding. De techniek stond letterlijk tussen twee mensen in.

Pas veel later werd het telefoonnet geautomatiseerd. In Buren gebeurde dat in 1960. Daarmee verdween opnieuw een stukje van de oude manier van communiceren.

Van postkantoor naar servicepunt

Ook de klassieke postkantoren verdwenen uiteindelijk uit het straatbeeld. Aan de Westerlaan 33 in Hollum werd ooit een nieuw hoofdpostkantoor voor het eiland gebouwd. Dat gebouw bestaat inmiddels niet meer.

Postdiensten bleven natuurlijk bestaan, maar de manier waarop veranderde. Het zelfstandige postkantoor maakte plaats voor agentschappen en servicepunten in andere bedrijven.

Voor wie nu een pakket verstuurt, voelt dat volkomen normaal. Maar oudere Amelanders herinneren zich misschien nog een balie, een bekende medewerker, postzegels, formulieren, een telefooncel, een spaarboekje of simpelweg het praatje wanneer je binnenkwam.

De postbode wist waar je woonde

Nederlandse postbodes in uniform, 1951
Postbodes in uniform, 5 maart 1951. Fotocollectie Elsevier / Nationaal Archief via Wikimedia Commons (CC0).

En dan waren er natuurlijk de bezorgers. Op een eiland waar veel mensen elkaar kenden, was een postbode waarschijnlijk zelden alleen degene die een envelop door de bus schoof.

Hij kende de adressen. Hij kende de families. Hij wist wie verhuisd was, wie ergens tijdelijk verbleef en bij welke boerderij of woning iemand hoorde.

Wie waren de postbodes van Nes, Buren, Ballum en Hollum? Wie reed door weer en wind? Wie had altijd tijd voor een praatje? Wie bracht telegrammen waarvan de ontvanger misschien al aan de houding van de bezorger kon zien dat er iets aan de hand was? Dat soort geschiedenis staat zelden volledig in archieven. Het zit in mensen.

Een brief was soms het enige lijntje

Misschien romantiseren we het verleden soms te gemakkelijk. Een wereld zonder mobiele telefoon klinkt rustig. Geen meldingen, geen groepsapps, geen e-mail die ’s avonds nog binnenkomt.

Maar er zat ook een andere kant aan. Als iemand van wie je hield aan de wal zat, kon je niet even vragen hoe het ging. Je wachtte. Als de boot door slecht weer niet voer, wachtte je langer.

Een brief die eindelijk arriveerde, betekende daarom iets. Hij was vastgehouden door degene die hem schreef, had de reis naar het eiland gemaakt en daarna bracht iemand hem naar je toe. Misschien verklaart dat waarom zoveel mensen oude brieven bewaren. Het papier is niet belangrijk. De persoon achter het papier wel.

Verdwenen zonder dat we het merkten

Hotel Scheltema werd gesloopt. Steinvoorte verdween. Een oud gebouw kun je op een foto aanwijzen en zeggen: daar stond het.

Bij de geschiedenis van post en telefoon ligt dat anders. Hier is vooral een manier van leven verdwenen: de woonkamer waarin de post van Buren lag, het huis waar het enige telefoontoestel van het dorp stond, de dochter die een telefonische boodschap ging overbrengen, de medewerker die handmatig gesprekken doorschakelde en de postbode die de mensen achter de adressen kende.

Het verdween stap voor stap. Waarschijnlijk zonder dat iemand op het moment zelf dacht dat er iets historisch gebeurde. Tot je er tientallen jaren later op terugkijkt.

Weet jij nog meer?

Herken je dit verhaal? Heb je zelf nog herinneringen, oude foto’s, krantenknipsels, ansichtkaarten of verhalen die binnen je familie zijn doorgegeven? Of ken je mensen die er hebben gewerkt, gewoond of op een andere manier bij betrokken waren? Dan horen we dat graag.

Ook tips voor een volgende aflevering zijn welkom. Denk aan verdwenen hotels, pensions, winkels, cafés, boerderijen, scholen, bedrijven of andere plekken op Ameland waarvan het verhaal volgens jou niet verloren mag gaan.

Mail naar: info@persbureau-ameland.nl

Redactie Persbureau Ameland
Redactie Persbureau Ameland
Artikelen: 203