Het houten vakantiehuis Excelsior met rieten kap in de duinen in mei 1926.

Verdwenen, maar niet vergeten: Excelsior bracht de vakantie binnen bereik

NES – Op de oude filmbeelden doen kinderen hun ochtendgymnastiek in de buitenlucht. Er worden boterhammen uitgedeeld, er wordt op het strand gespeeld en ergens moet ook nog een voorraad aardappelen worden geschild. Het zijn beelden uit vakantieoord Excelsior op Ameland. Een vakantie zag er hier anders uit dan tegenwoordig, maar de bezigheden zijn onmiddellijk herkenbaar. Samen eten, naar zee, wachten op de post van thuis. Achter dat gewone vakantiegeluk zat een organisatie die vond dat ook arbeidersgezinnen recht hadden op een week buiten hun dagelijkse omgeving.

Serie

Verdwenen, maar niet vergeten

Plekken en verhalen van het oude Ameland

Ameland verandert voortdurend. Gebouwen verdwijnen, bedrijven sluiten, landschappen verschuiven en soms blijft van een plek uiteindelijk alleen een foto, een herinnering of een verhaal over.

In de serie Verdwenen, maar niet vergeten duiken we in plekken en verhalen die ooit bij het eiland hoorden, maar die je vandaag niet meer terugvindt zoals vroeger. We kijken niet alleen naar wat er verdwenen is, maar vooral naar de mensen erachter.

Ten zuiden van camping Duinoord, bij Nes, stond een langgerekt houten complex met een rieten kap. Voor veel gasten was Excelsior hun eerste kennismaking met Ameland. Sommigen kwamen als kind met een groep, anderen als moeder op een georganiseerde reis of later met hun eigen gezin. Het vakantieoord verdween begin jaren negentig. De naam bleef aan de plek verbonden, maar de gedachte waarmee het ooit werd gebouwd, verdient een eigen verhaal.

Het houten vakantiehuis Excelsior met rieten kap in de duinen in mei 1926.
Excelsior kort na de bouw in mei 1926. Het lage houten complex en de rieten kap bepaalden het aanzicht. Bron: De Amelander, december 1993 / januari 1994.

Van brood op het Vliet naar vakantie in de duinen

In 1898 begonnen sociaaldemocraten in Leeuwarden de Coöperatieve Productie- en Verbruikersvereniging Excelsior. Een bakkerij aan het Vliet vormde het begin. De vereniging groeide uit tot een organisatie met winkels die een veel breder assortiment verkochten dan brood alleen. Ook levensmiddelen, kleding en brandstoffen hoorden bij de dagelijkse benodigdheden waarin de coöperatie voorzag.

Het uitgangspunt was eenvoudig: door samen in te kopen en bedrijven te organiseren, konden huishoudens hun positie verbeteren. Klanten waren leden; boodschappen doen hoorde bij een gezamenlijk belang. In historische beschrijvingen van Excelsior keert de gedachte terug dat het gezin vooropstond. De opbrengst van de onderneming moest ten goede komen aan de mensen die haar droegen.

Dat verklaart waarom een verbruikscoöperatie uiteindelijk een vakantiehuis liet bouwen. Voor wie naar een moderne supermarkt kijkt, lijkt de stap van broodverkoop naar een kindervakantieoord groot. Binnen zo’n vereniging lagen voeding, gezondheid en ontspanning veel dichter bij elkaar. Het ging telkens om de vraag hoe het leven van gezinnen met beperkte middelen beter kon worden.

Een verblijf op een eiland paste daarin. Vakantie was voor de beoogde gasten geen jaarlijkse zekerheid. De reis, het onderdak en de verzorging moesten betaalbaar worden gemaakt voordat er überhaupt sprake kon zijn van een week aan zee.

Een eigen huis op Ameland

In 1926 opende Excelsior zijn vakantiehuis bij Nes. Het was in de eerste plaats bedoeld voor kinderen van leden van de coöperatie. Later vonden ook vrouwen en gezinnen er onderdak. De naam op de gevel verwees dus naar de organisatie die achter het gebouw stond, niet naar een toevallig gekozen hotelnaam.

Wie een groep kinderen naar Ameland haalde, moest meer organiseren dan een slaapplaats. Er waren maaltijden nodig, begeleiding, vervoer en een dagindeling. Bij een gezamenlijk verblijf kwamen al die voorzieningen bij elkaar. Ouders hoefden niet ieder afzonderlijk een pension te vinden en alle kosten zelf te dragen.

Daarmee kreeg het vakantieoord een ander karakter dan een huis waar een gezin zelfstandig verbleef. Het gezamenlijk optrekken hoorde bij de opzet. Je kwam in een groep, at met anderen en ging samen op pad. Het gebouw bood de mogelijkheid om die vakanties telkens opnieuw te organiseren.

De belangstelling leidde tot uitbreiding. Aan het begin van de jaren dertig kwam er een hotelgedeelte bij. Daardoor groeide de kring van bezoekers verder dan de oorspronkelijke kindergroepen. De ontwikkeling van Excelsior laat zien hoe op Ameland verschillende vormen van toerisme naast elkaar ontstonden: het strandhotel, het pension, de camping en het georganiseerde vakantieverblijf.

Doeke Meintema gaf het vakantieoord zijn gezicht

De architect van Excelsior was Doeke Meintema, geboren in Mantgum in 1877. Hij werkte op architectenbureaus buiten Friesland en vestigde zich in 1917 zelfstandig in Leeuwarden. Zijn werk omvatte woningbouw, winkels, restauraties en openbare gebouwen. Ook voor de coöperatie ontwierp hij meerdere panden.

Excelsior hoorde daarmee bij een groter verband van gebouwen die dezelfde organisatie zichtbaar maakten in Friesland. In dorpen en steden ging het om de winkels; op Ameland om de plek waar leden en hun kinderen vakantie konden vieren. De opdrachtgever kende Meintema dus al vanuit andere werkzaamheden.

Het complex bij Nes bestond uit houten gebouwen met veranda’s en rieten kappen. Op foto’s valt vooral de lage, brede vorm op. Het gebouw voegde zich in het duingebied, terwijl de kap het toch een duidelijk herkenbaar silhouet gaf. Het was een huis dat je kon onthouden zonder dat het hoog boven zijn omgeving uitstak.

Architectuurhistoricus Peter Karstkarel besteedde later aandacht aan Meintema’s werk en beschreef ook het vakantiecomplex. Dat is een nuttige aanvulling op de herinnering aan Excelsior als eenvoudige groepsaccommodatie. Het gebouw was ontworpen door een architect die zorgvuldig nadacht over vorm, materiaal en gebruik. Eenvoud betekende hier niet dat het ontwerp onbelangrijk was.

Groepsportret van de vrouwelijke staf en leidsters van Excelsior in 1926.
Staf en leidsters van Excelsior in 1926, met de eerste directrice mejuffrouw Jolles. Bron: De Amelander, december 1993 / januari 1994.

Wat de camera van het vakantieleven vastlegde

Bij Beeld en Geluid is een film over Excelsior bewaard gebleven, in de catalogus gedateerd 1936. De beschrijving noemt onder meer kinderen die gymnastiek doen, wandelen en in zee spelen. Vrouwen verzorgen eten en lezen voor; kinderen helpen met aardappelen schillen. Ook de aankomst van gasten en het personeel voor de camera zijn vastgelegd.

Die combinatie maakt de film waardevol. Het vakantieoord verschijnt als een werkend huishouden. Een groep moest worden gevoed en begeleid, ook wanneer buiten het strand lokte. Het plezier van de gasten rustte op werk dat meestal minder nadrukkelijk in een vakantiealbum terechtkomt.

De film is wel door de organisatie gemaakt om zichzelf te presenteren. We zien dus een zorgvuldig gekozen beeld van het verblijf. Een ruzie aan tafel of een kind met heimwee was vermoedelijk geen aantrekkelijk reclameonderwerp. Toch geven de vastgelegde handelingen concrete informatie over de manier waarop de dagen werden ingevuld.

Vooral de verhouding tussen verzorgd worden en meehelpen valt op. Kinderen waren op vakantie en maakten tegelijk deel uit van een gezamenlijk huishouden. Dat maakt de beelden begrijpelijker dan wanneer we uitsluitend kijken naar de verschillen in kleding of de eenvoud van de voorzieningen.

Volwassenen en kinderen verzamelen zich bij vakantiehuis Excelsior in 1927.
Een gezelschap bij Excelsior, volgens het oorspronkelijke bijschrift klaar voor een wandeling in 1927. Bron: De Amelander, december 1993 / januari 1994.

Een congres kwam met muziek naar het eiland

Een tweede film bij Beeld en Geluid laat een bezoek van afgevaardigden van een Haka-congres aan het vakantieoord zien. De beschrijving volgt het gezelschap vanaf Holwerd. Daar stappen de bezoekers van de bussen op de veerboot Brakzand. Tijdens de overtocht wordt muziek gemaakt. Na aankomst lopen de afgevaardigden achter de muzikanten aan naar Excelsior.

Ook een kinderkoor en een welkomstwoord zijn opgenomen. Het vakantieoord functioneerde bij zo’n bezoek als de zichtbare uitkomst van gezamenlijk organiseren. De afgevaardigden kwamen kijken naar een voorziening die hun beweging had weten op te bouwen.

De overtocht hoorde nadrukkelijk bij die presentatie. Het gezelschap verscheen niet rechtstreeks bij een voordeur. Eerst was er de reis naar Holwerd, daarna de boot en vervolgens de wandeling over het eiland. Die opeenvolging is in de film bewaard. Voor hedendaagse bezoekers is het een herkenbare reis, maar met een heel ander gezelschap en een ander doel.

Het is bovendien een herinnering aan de nauwe verbinding tussen Ameland en Friesland. De geschiedenis van het eiland werd mede geschreven door organisaties aan de wal die hier een verblijf bouwden, gasten naartoe brachten en medewerkers nodig hadden.

De winkel hoorde bij het verblijf

Bij het vakantieoord was ook een winkel. In een historische publicatie van het Koninklijk Fries Genootschap wordt die winkel verbonden met de arbeiderscoöperatie. Het beeldmateriaal maakt duidelijk dat er geen alcohol werd verkocht. Zo werkte de achtergrond van de organisatie door in de voorzieningen op het terrein.

Een winkel bij een vakantiehuis vervulde verschillende functies. Gasten konden er benodigdheden krijgen zonder voor iedere boodschap naar het dorp te gaan. Voor de coöperatie lag het voor de hand dat haar eigen handelsorganisatie ook op de vakantiebestemming aanwezig was.

De winkel verbond daardoor twee werelden die in het verhaal steeds terugkomen. In Friesland kochten leden hun dagelijkse boodschappen bij Excelsior. Op Ameland kwam dezelfde naam terug in de vrije tijd. Wie daar als kind verbleef, zag een organisatie die thuis misschien al op de broodkar of de winkelgevel stond.

Juist zulke kleine herkenningspunten helpen verklaren waarom een vakantieoord meer kon worden dan een tijdelijk logeeradres. Het hoorde voor een deel van zijn bezoekers bij een vertrouwde sociale omgeving.

Tijdens de bezetting veranderde het gebruik

De Tweede Wereldoorlog onderbrak het vakantieleven. Ook op Ameland kregen gebouwen en werkplekken tijdens de bezetting een andere functie. Dat gold niet alleen voor Excelsior, maar ook voor de post en telefonie op het eiland. In het artikel Verdwenen, maar niet vergeten: toen de post nog in de woonkamer lag lees je meer over de gevolgen van de oorlog voor de post en telefonie op Ameland.

Excelsior werd door de Duitse bezetter gebruikt. Een geschiedenis van de bakkersfamilie De Jong in Nes noemt het vakantiehuis als een van de verblijven van de Duitse militairen op het eiland. In datzelfde verhaal wordt beschreven hoe de plaatselijke bakkerij voor de bezettingsmacht moest produceren.

Daardoor krijgt het oorlogsgebruik een concrete verbinding met het dorp. Een gevorderd verblijf stond niet los van de omgeving. De aanwezige militairen hadden voedsel en andere voorzieningen nodig; eilanders kregen op hun werk met hen te maken.

Voor de geschiedenis van Excelsior is dat een wezenlijke onderbreking. Een gebouw dat was ingericht om mensen ontspanning te bieden, werd onderdeel van de militaire aanwezigheid op Ameland. Het maakt ook duidelijk waarom een lange bestaansgeschiedenis niet als één aaneengesloten vakantieherinnering kan worden verteld.

Na de oorlog kreeg het complex zijn recreatieve bestemming terug. De naam Excelsior bleef nog tientallen jaren verbonden met verblijf op het eiland. Daarmee groeiden nieuwe generaties bezoekers op die het vooroorlogse begin alleen uit verhalen konden kennen.

Het hotel bleef bestaan terwijl de coöperatie verdween

De organisatie achter Excelsior kreeg in de jaren zestig steeds meer moeite met de veranderende detailhandel. De opkomst van moderne supermarkten stelde andere eisen aan winkelbedrijven. Historische terugblikken beschrijven hoe de coöperatie terrein verloor.

Het verdwijnen van die organisatie en de sloop van het vakantieoord waren echter verschillende gebeurtenissen. Jan en Lies Grevinga kwamen in 1972 als beheerders naar Ameland en kochten het complex in 1978. Excelsior ging dus onder particuliere leiding verder.

Voor een gast kon de vertrouwde naam daardoor blijven bestaan terwijl de onderneming achter die naam veranderde. Wie in de jaren tachtig in Excelsior verbleef, logeerde in een hotel met een coöperatieve voorgeschiedenis, maar niet meer in het oorspronkelijke verband van winkels en leden.

Die overgang voorkomt een te eenvoudige verklaring van het einde. Het vakantieoord verdween niet onmiddellijk toen de arbeiderscoöperatie ophield. Er volgde nog een afzonderlijke periode waarin het als hotel werd geëxploiteerd.

Het einde kwam in oktober 1993

Over de sloop circuleert vaak het jaartal 1992. Een verslag dat kort na de afbraak verscheen, is preciezer. De Amelander van december 1993 en januari 1994 noemt maandag 25 oktober 1993 als de dag waarop het slopen begon. Dat eigentijdse bericht gebruiken we hier als uitgangspunt.

Op de plek van het oude complex kwam appartementencomplex Ostrea. Het verschil tussen beide vormen van verblijf was destijds ook onderwerp van gesprek. Het artikel uit 1993 verbond de verandering nadrukkelijk met het verdwijnen van een voorziening uit de arbeidersgeschiedenis.

Voor de ene bezoeker zal vooral het houten hotel verdwenen zijn. Voor iemand die er dankzij de coöperatie voor het eerst vakantie had gevierd, kon het verlies een veel persoonlijker betekenis hebben. Beide herinneringen horen bij dezelfde plek.

Een huis vol verschillende herinneringen

Schrijver Gerrit Jan Zwier herinnerde zich hoe zijn gezin vanuit Leeuwarden naar Holwerd fietste en op Ameland verderging naar Excelsior. Historica Willy Hilverda verbond het vakantiehuis in een persoonlijke terugblik met haar jeugd op het eiland én met de vakanties van haar socialistische grootouders. Zulke afzonderlijke herinneringen laten zien hoeveel verschillende levensgeschiedenissen hier samenkomen.

Het vakantieoord was voor de ene generatie een kinderverblijf, voor een andere een familiehotel en voor eilanders ook een werkplek of een vertrouwd gebouw in de duinen. Niet iedere bezoeker zal de oprichtingsgeschiedenis hebben gekend. Toch maakte Excelsior voor veel mensen een vakantie op Ameland mogelijk die anders misschien buiten bereik was gebleven.

Oude foto’s en filmbeelden brengen het verdwenen vakantieoord weer even tot leven. Ze laten zien hoe kinderen er hun vakantie doorbrachten, hoe groepen samen op pad gingen en hoe het dagelijks leven eruitzag. Het gebouw is verdwenen, maar de beelden en persoonlijke herinneringen bewaren een stukje van de geschiedenis van Ameland.

Weet jij nog meer?

Herken je dit verhaal? Heb je zelf nog herinneringen, oude foto’s, krantenknipsels, ansichtkaarten of verhalen die binnen je familie zijn doorgegeven? Of ken je mensen die er hebben gewerkt, gewoond of op een andere manier bij betrokken waren? Dan horen we dat graag.

Ook tips voor een volgende aflevering zijn welkom. Denk aan verdwenen hotels, pensions, winkels, cafés, boerderijen, scholen, bedrijven of andere plekken op Ameland waarvan het verhaal volgens jou niet verloren mag gaan.

Mail naar: info@persbureau-ameland.nl

Redactie Persbureau Ameland
Redactie Persbureau Ameland
Artikelen: 206