RSS
Zoeken

Het opruimen van een boorlocatie

Geplaatst op: 12 december 2018 - Categorie: Duurzaam & Milieu

Verwijderen asfaltverharding paal 3 - Foto Persbureau Ameland

ASSEN – Het opruimen van een boorlocatie gaat in fases. De werkzaamheden op Ameland bij paal 3 bevinden zich in fase 3.

Fase 1: Voorbereiding
Tijdens de voorbereidingen voert NAM verschillende onderzoeken uit op en bij de locatie: bodemonderzoeken en een ecologische scan om in kaart te brengen of er kwetsbare diersoorten voorkomen rondom de locatie. Op Ameland zijn dat de rugstreeppadden. Ter bescherming van de padden zijn in 2016 al paddenschermen geplaatst.
In deze fase kijkt NAM ook naar hoe zij de locatie heeft gebruikt. Zijn er bijvoorbeeld alleen proefboringen geweest of is er daadwerkelijk geproduceerd? De paal 3 locatie op Ameland is niet in productie genomen. Ingenieurs brengen met behulp van bouwtekeningen de ondergrondse betonconstructies en leidingen in kaart en bekijken hoe de put is afgesloten.

In overleg met de eigenaar van het terrein bepaalt NAM hoe ze de locatie achterlaat. Het uitgangspunt is om het terrein in de oude staat terug te brengen. Mocht de toekomstige gebruiker meer belang hebben bij de faciliteiten die al aanwezig zijn of andere plannen hebben met het terrein, dan past NAM zich daarop aan. Uiteraard verwijdert NAM de gas- of olieputten en eventuele milieuverontreinigingen voordat de overdracht van het terrein plaatsvindt. Nadat de onderzoeksresultaten bekend zijn, vraagt NAM de benodigde vergunningen aan. Deze zijn verplicht om te mogen beginnen met de werkzaamheden. Gemeente Ameland heeft een sloop- en omgevingsvergunning afgegeven.

Fase 2: Afsluiten van de put
Voordat NAM een locatie kan opruimen, moet de gas- of olieput zijn afgesloten. Hiermee voorkomt NAM dat gas ontsnapt uit de lagen waarin het zich onder de grond bevindt. Dit gebeurt met een speciaal daarvoor ingerichte installatie. Hierbij meet NAM ook de gasdruk. Als er binnen een periode van drie maanden na het afsluiten van de put geen drukopbouw meer wordt waargenomen, is de put vrijgegeven om op te ruimen.

Fase 3: Sloopwerk
Als eerste verwijdert NAM de asfaltverharding op de locatie. Door gebruik te maken van asfaltfrezen kan NAM negentig procent van het vrijkomende materiaal hergebruiken bij de productie van nieuw asfalt. Het resterende deel en onderliggende menggranulaat gaat naar een erkende verwerker en kan bijvoorbeeld dienstdoen als funderingsmateriaal in de wegenbouw.
Hetzelfde geldt voor de betonnen milieugoten op de locatie. Deze milieugoten zijn eerder aangelegd op locaties om verontreinigingen te voorkomen. Voorafgaad aan het opruimen, maakt NAM ze schoon. Vervolgens bepaalt de aannemer die het werk uitvoert wat de meest passende verwerking van de goten is: hergebruiken of er betongranulaat van maken. De sloopwerkzaamheden op Ameland zijn in deze fase beland.

Fase 4: Snijden van de put
Dan komt het moment in zicht dat NAM de put kan verwijderen. Hiervoor hanteert NAM strikte richtlijnen en protocollen om het werk veilig uit te voeren en de put goed af te werken.
Na het verwijderen van de boorkelder en eventuele afsluiters, snijdt een metaalwerker de put op drie meter onder het toekomstige maaiveld af. Tot vlak onder het snijvlak is de put volgestort met beton. De resterende ruimte worden gevuld met grind en snel hardend beton om zakkingen aan het maaiveld uit te sluiten. Tot slot plaatst de metaalwerker een stalen afdekplaat met de naam van de put op de afgesneden put. De put is veilig afgewerkt en het grondwerk kan beginnen.

Fase 5: Grondwerk
In deze fase is de locatie een zanderig terrein met een hekwerk eromheen. De aannemer kan nu beginnen met het grondwerk. Het doel hiervan is het verwijderen van verschillende onderdelen uit de ondergrond. Als eerste verwijdert hij het zandbed om de originele ondergrond te bereiken. Dit zand is na keuring ook geschikt voor hergebruik. In dit proces verwijdert de aannemer ook de oude kabels en leidingen die ondiep in de locatie liggen die hij vervolgens verzamelt en afvoert.
Eventuele milieuverontreinigingen verwijdert NAM grondig onder milieukundige begeleiding. De aannemer gaat pas weer verder met het grondwerk wanneer de situatie voldoet aan de geldende regels.

De tweede stap in het grondwerk is het omspitten van de locatie om dieper gelegen restanten en puin te verwijderen. Met een graafmachine werkt de aannemer het terrein in stroken af. Werkend van achteren naar voren haalt hij alle bodemvreemde materialen uit de grond. Het resultaat: een omgespit terrein waarin geen restanten van de NAM-activiteiten meer te vinden zijn.

Fase 6: Cultuurtechnisch herstel
Nu vindt het cultuurtechnische herstel van de locatie plaats. Dit betekent dat NAM de opbouw van de grond weer terugbrengt zoals het was. Bij aanleg is de grond namelijk ontgraven en gescheiden opgeslagen bij de locatie. NAM maakt onderscheid tussen A-grond (de bovenste dertig centimeter ontgraven grond en teelaarde) en B-grond (de grond eronder). NAM zet de B-grond eerst terug om deze af te dekken met A-grond. Na het terugbrengen van de grond is het cultuurtechnisch herstellen zo goed als klaar. Alleen het inzaaien en inmeten moet dan nog gebeuren.

Fase 7: Overdracht
Voordat NAM het terrein overdraagt aan de eigenaar of toekomstige gebruiker, maakt een milieukundig bureau een eindrapport op. Hierin staat precies omschreven hoe de werkzaamheden zijn uitgevoerd, welke materialen zijn aangevoerd en waar vandaan ze komen én wat de kwaliteit is van de locatie zoals deze na sanering is achtergelaten. Hiermee is een einde gekomen aan het gebruik van het terrein door NAM en is het terrein vrij voor toekomstig gebruik.
Als het zover is, zegt een woordvoerder van de NAM, dan is niet meer te zien dat er ooit industriële activiteit is geweest.

Bron: NAM en eigen redactie

Dossier Aardgaswinning

beelden van de opruimwerkzaamheden

Naar nieuwsoverzicht
Ads door PA
Gesponsorde links:
Hier adverteren?