RSS
Zoeken

De geur van heet water

Geplaatst op: 21 juli 2012 - Categorie: Alles & Algemeen

HOLLUM - Het eiland barst van de verhalen.
Wij verzamelen ze hier voor u. Anekdotes, geschiedenissen, reisverhalen, sprookjes: als het maar een link heeft met Ameland. De link kan het onderwerp zijn of de auteur.

Via deze link komt u bij alle verhalen.

Hieronder het verhaal van Ria Evers-Dokter.

De geur van heet water

In de winter woonden we in het dorp en in de zomer was het Badhuus ons huis.

Bram en Neeke Kossen, mijn grootouders waren de uitbaters van dit in 1937 gebouwde prachtige badpaviljoen met enorme serres aan weerszijden van de entree, aan het einde van de Badweg. Ze werden hierin bijgestaan door tante Aafke en mijn moeder, Grietje. Opa was een echte ouderwetse, degelijke kastelein met karakter. Hij schonk uit principe niet aan gasten die al ‘met een slok op’ binnenkwamen. Oma en moeke zorgden ervoor dat alles er spik en span uitzag en tante Aafke had als extra taak het koken, zij bestierde de keuken. En koken, dat kon ze!

Op de menukaart stond: koffie en thee met een Verkadekoekje, grenadine, kwast, perl, chocolademelk, chocoladerepen gevuld met advocaat, bier en als je geluk had op die dag, was er heerlijke soep.

Een andere delicatesse die werd geserveerd was Amelander roomijs. Dit heerlijke ijs werd gemaakt in de melkfabriek en werd opgediend in een coupeglas met een waaier van Verkade of in een sorbetglas met vruchtencocktail.

Het ijs werd geleverd in hoge, metalen kokervormige containers met daarop een vel bakpapier. Ik kreeg nooit een ijsje, maar het was een feest als ik dat papier van een zojuist geopende ijscontainer mocht schoonlikken. Het ijs zat me tot achter mijn oren en ik geurde dagenlang naar vanille.

Voordat het ijs opraakte ging ik met opa naar buiten met een groene vlag. Die werd gehesen en dat was dan een signaal aan de medewerkers van de fabriek dat er ijs moet worden gebracht. Ik heb nooit gezien dat opa betaalde voor dat ijs, maar wel weet ik als de dag van gister dat we regelmatig samen op de fiets naar de fabriek reden. Ik zat dan voorop, op de stang (ik was 3 jaar!) en achterop hield opa een enorme melkbus geklemd op de pakjesdrager. Oma riep ons na totdat we haar niet meer konden horen: “Bram, kiek uut, laat ’t kien niet verbrâne”. Ik vond het altijd reuzespannend!

Bij de fabriek was het druk. Veel mannen met fietsen en karretjes, soms zelfs paard en wagen. En iedereen had melkbussen bij zich. Mannen verdwenen in de zijdeur van de fabriek en kwamen er zeulend met een duidelijk loodzware melkbus weer uit. Uit een luik kwam rook, een grote wolk rook en er hing een vreemde hete geur.

Ook opa verdween met de lege melkbus in die deur en bleef langer weg dan de andere mannen. Uiteindelijk verscheen hij weer, altijd tot mijn grote opluchting en ook hij zeulde met de melkbus. Rondom die bus hing dezelfde geur als bij die deur. Metaal, muf, moeilijk te omschrijven.

De melkbus en ik werden weer op de fiets gezet, ik ditmaal achterop. Dicht tegen opa aan met zijn heerlijk warme lichaam en mooie blauwe ketelpakjasje.

Maar voor we op de fiets stapten haalde opa altijd zijn linkerhand uit zijn broekzak en liet mij zien wat er in de palm van zijn hand lag. Er glom en dubbeltje of soms wel een kwartje. “Kiek pop”, zei hij altijd. “Dut hew ik net inne febriek fonnen. Dat mot jou maar hêwe”.

En daar reden we. Weer op weg naar de Oosterlaan of naar het Badhuus. De geur van heet waswater hing in een beschermende wolk om ons heen.

Naar nieuwsoverzicht
Ads door PA
Gesponsorde links:
Hier adverteren?