RSS
Zoeken

De Anekdotejager 17

Geplaatst op: 01 maart 2009 - Categorie: Alles & Algemeen

De Anekdotejager
Henk Ruijgh (69) kwam in 1945 voor het eerst op Ameland. Zijn vader is Amelander van geboorte en opgegroeid bij de vuurtoren waar grootvader Ruijgh vuurtorenwachter was. Henk Ruijgh woont in Bergum en heeft vanwege zijn werk twee jaar op het eiland gewoond. Hij komt er nog regelmatig en wil er wel weer gaan wonen als hij een betaalbaar huis kan vinden. Ruijgh is de anekdotejager van De digitale Krant van Ameland. Lees hier de vorige Anekdotejager.

WONEN OP AMELAND (17)
door Henk Ruijgh

Na de perikelen rond de gaswinning (die uiteindelijk toch is doorgegaan na een uitspraak van de hoge raad) en na de viering van Sunneklaas keerde de rust op Ameland terug. Met de kerstdagen in het vooruitzicht werden de kerstbomen en kerststalletjes opgetuigd. In de kerstvakantie zagen we de vakantiegangers weer komen met een kerstboom op de imperiaal van de auto.
Wij wisten toen al vrijwel zeker dat dit onze laatste kerst op Ameland was, maar daar werd in ons gezin weinig over gesproken. De berichten die we ontvingen van de wal vertelden genoeg.
Ook dienstenlopen op de centrale ging natuurlijk gewoon door. Dat er gasten op het eiland waren konden we goed vernemen aan de stroomafname.

De herfst en de winter was de tijd om te jutten. In één van mijn vorige afleveringen heb ik al eens verteld dat ik geen strandmens ben, tenminste niet in de zomer. Als ik naar het strand ging was het in de herfst of in de winter. Ik ging dan op mijn manier jutten. Niet met een tractor en wagen, nee, met de fiets. In de fietstas zat een stuk touw en zo liep of fietste ik richting de Hon. Wat ik vond en waar ik op uit was bestond uit hout. Hout, dat afkomstig was van de voorbij varende schepen. Het waren ruwe planken die men aan boord stuwplanken noemde, planken die men gebruikte bij het stuwen van de lading. Als ik weer een plank gevonden had dan werd die op een voor mij deskundige manier aan de zijkant van de fiets gebonden. De planken waren ongeveer drie of vier meter.

Met mijn gedachten bij het jutten en ploegend door het vaak rulle zand strompelde ik voort. De houtvoorraad liep vaak aardig op. Aan beide zijden hingen vaak vier planken en ondanks de kou had ik het zweet op het voorhoofd. Er was voor mij maar één doel en dat was de vracht afleveren aan de Strandweg 16 in Buren.
Zo in gedachten dwaal je vaak te ver weg en dat gebeurde mij ook dikwijls. Ik vergat dat ik nog een duinoversteek moest zoeken om op het schelpenpad richting Buren te komen.
Een oversteek vond ik altijd wel maar ik moest er ook bij op en dat viel wel eens tegen. Als ik dan met mijn buit het schelpenpad had bereikt was de fiets wel eens te zwaar beladen zodat ik lopend naar huis moest.

Inmiddels had ik een behoorlijke stapel hout verzameld en wat deed ik er mee? Kort gezegd: niets. Toen wij dan ook noodgedwongen moesten verhuizen naar de wal bleef het hout op Ameland achter. Misschien heeft Jan Kooiker het later nog wel eens kunnen gebruiken. En laten we eerlijk zijn, het hout hoorde eigenlijk ook op Ameland thuis. En ik had aan het jutten veel plezier beleefd.


>>>lees hier De Anekdotejager 16

Relevante dossiers: Hart van Ameland
Naar nieuwsoverzicht
Ads door PA
Gesponsorde links:
Hier adverteren?