Foto’s: uit privé archief
In de rubriek ‘Verliefd op Ameland’ praten we met mensen die hun hart verloren zijn aan het eiland of aan iemand op het eiland. Mensen die voor de liefde naar het eiland zijn gekomen of mensen die uit liefde voor het eiland elk jaar weer terugkeren. Vandaag vertelt Wietske Verlare (58) over haar liefde voor Ameland, het eiland waar zij zoveel herinneringen aan heeft.
‘Als je mij vraagt waar ik echt gelukkig ben, hoef ik daar geen seconde over na te denken: op Ameland. Zodra ik op de boot stap, begint mijn vakantie. Alle drukte blijft achter op de vaste wal en er valt een rust over me heen die ik nergens anders ervaar. Op Ameland ben ik op mijn best. Dat gevoel heb ik al mijn hele leven.’
Zes weken Ameland
‘Ik ben getrouwd, moeder van drie inmiddels uitgevlogen kinderen en trotse oma van een kleinzoon. Ik werk met ontzettend veel plezier drie dagen per week in het gespecialiseerd onderwijs. Ook mijn man werkt in het onderwijs. Net als mijn vader, waardoor ik al van jongs af aan kon genieten van eindeloze vakanties op Ameland, soms wel zes weken achter elkaar, eerst in een tenthuisje op Klein Vaarwater, later in een bungalow aan de overkant.
De vakantie begon altijd al een beetje zodra mijn vader alvast naar het eiland vertrok, in de weekenden voor de zomervakantie, om samen met de andere mannen alle tenthuisjes vast op te zetten. Wij volgden dan later. Weken lang leefden we buiten.



Musicals in De Rots en kersenpitten spugen
‘Als kind had ik een heerlijke tijd op het eiland. Het is inmiddels zo’n vijftig jaar geleden, maar ik zie mezelf nog zo voor me, lopend over de Zwarte Weg naar De Rots, waar toen nog de kerk stond. Ik deed mee aan musicals waarvoor we de hele week oefenden. Daniël in de leeuwenkuil speelde ik daar, en na afloop aten we met z’n allen brood in de spelonk. Die musicals waren het hoogtepunt van mijn zomer.
Ook de trekkerritjes naar Het Oerd staan nog in mijn geheugen gegrift. Het schelpen zoeken, vliegeren in de duinen, rode bessen en kersen eten bovenop het duin en daarna de pitten zo ver mogelijk wegspugen. Dat soort herinneringen lijken misschien klein, maar juist die blijven je je hele leven bij.’


In de rij voor de douche
‘Ook aan het kamperen denk ik met weemoed terug. ’s Avonds stond je met al je campingvriendinnetjes in de rij voor de douche. Iedereen kwam terug van het strand en wachtte geduldig op zijn beurt. Dat had iets ontzettend gezelligs.
Later verruilden mijn ouders het tenthuisje voor een bungalow. Vriendinnetjes mochten mee op vakantie en een grote, ouderwetse bolderkar reed standaard mee naar het strand. Toen mijn ouders die niet meer gebruikten, namen wij hem over. We knapten hem op, gaven hem een nieuw kleurtje en maakten er zelfs een huif op. Vervolgens zaten onze eigen kinderen erin, net als vroeger wijzelf.
Toen mijn man en ik later een seizoensplek kregen op Duinoord Zuid, in onze prachtige De Waard tent, beleefden onze kinderen ook precies dezelfde vrijheid. Ze bouwden hutten in het bos, gingen naar de Kinderklets en maakten vriendjes voor het leven. Onze oudste zoon voelde zich de koning te rijk toen hij op zijn zesde alleen over het duin broodjes mocht halen.’



Pelpinda’s en familiegrapjes
Het mooie aan Ameland is dat iedere familie zijn eigen Amelander tradities krijgt. Bij ons horen daar pelpinda’s bij. Iedere vakantie gingen we met een kleedje de duinen in en aten we samen pelpinda’s. Mijn dochter zegt tegenwoordig lachend dat ze pelpinda’s eigenlijk helemaal niet lekker vindt, maar op Ameland smaken ze toch anders en worden ze altijd gegeten.
Een ander familiegrapje is de vuurtoren. Iedere vakantie fietsen we erheen. Voor de kinderen is dat best een pittig tochtje, maar eenmaal daar doen we alsof we met z’n allen de vuurtoren omduwen. Als klein meisje geloofde ik echt dat dat kon. Later deden onze kinderen precies hetzelfde en inmiddels probeert ook onze kleinzoon het. Zulke tradities lijken misschien onbenullig, maar ze worden van generatie op generatie doorgegeven en krijgen daardoor steeds meer waarde.
Vaste prik is ook een wandeling over het strand na het eten. Dan lopen we de ene strandopgang op en de andere weer af, het liefst terwijl de zon langzaam in zee zakt. Ook eten we vis bij Metz, snuffelen even bij Van den Brink tussen de boeken en zitten ’s avonds voor of in de tent en later de caravan spelletjes te spelen.’


De scholeksters vlogen precies op dat moment op
Wanneer je zoveel tijd doorbrengt op Ameland zijn niet alle herinneringen zorgeloos. Op 30 december werd ik op het eiland gebeld dat mijn zus was overleden. We fietsten op dat moment over het wad bij de scholeksterkolonie. Mijn zus Fenneke hield net zoveel van Ameland als ik. Ze was er kort daarvoor nog geweest om afscheid te nemen van deze door haar geliefde plek. Precies op het moment dat ik het nieuws hoorde, vloog een hele groep scholeksters op. Dat beeld zal ik nooit vergeten.’
‘Het verdriet was intens, maar tegelijkertijd voelde het alsof er geen betere plek bestond om dat nieuws te ontvangen. Hier voelde mijn zus zich gelukkig. Hier hoorde ze thuis.
Voor haar uitvaart wilden we iets doen dat echt bij haar paste. Onze andere zus Aukje was in november 2024 overleden. Toen bakte Fenneke dúmkes als troostkoekjes. Haar dochter bedacht dat het heel mooi zou zijn als we nu ook dúmkes bij het afscheid hadden. Wij gingen naar bakkerij Rijpstra met de vraag of er Amelander Dúmkes geregeld konden worden. Speciaal voor ons werden er driehonderd gebakken. Tijdens de uitvaart lagen ze klaar voor alle aanwezigen. Dat gebaar heeft ontzettend veel voor ons betekend en de Amelander dúmkes hebben voor altijd een speciaal plekje in ons hart.’
‘Mijn zussen hadden ook allebei hun hart verloren aan Ameland, en zijn dan ook allebei in de duinen uitgestrooid. De plek is alleen voor ons herkenbaar maar het ziet iedere keer anders uit. Wind en zand veranderen het landschap voortdurend. Dat vind ik eigenlijk heel mooi. Het leven gaat door.
Toch voelt het op deze manier alsof ik dicht bij mijn zussen kan zijn.’



Laat kwetsbare natuur met rust
‘Ameland blijft een bijzonder eiland, wat ons betreft. Het eiland is groot genoeg om steeds iets nieuws te ontdekken, maar klein genoeg om vertrouwd te blijven. Ik houd van Het Oerd, van de bunkers, van de bossen en van de stilte.
Ik merk gelukkig dat de rust na de drukke corona jaren weer is teruggekeerd. Toen kwamen er veel mensen die het eiland nog niet kenden en soms minder zorgvuldig met de natuur omgingen. Dat deed pijn om te zien.
Daarom hoop ik dat iedereen die naar Ameland komt, beseft hoe bijzonder en kwetsbaar het eiland is. Laat de auto gerust aan de vaste wal staan en pak de fiets. Niet om zo snel mogelijk van A naar B te sjezen, maar om de wind te voelen, de vogels te horen en onderweg stil te staan.
En misschien nog wel belangrijker: laat de natuur met rust. Loop niet door afgesloten duingebieden, blijf uit de nesten van vogels, laat planten staan en gooi geen afval of sigarettenpeuken weg. Ik herinner me nog hoe onze kinderen met een verrekijker iedere dag naar een broedende scholekster keken. Tot een groepje jongens met een stuk karton van het duin af gingen glijden, zo over het nest heen. Onze kinderen waren daar echt verdrietig om. Het is zo belangrijk om respect te hebben voor de natuur, en dat respect ook over te brengen op je kinderen. Want het is juist die unieke natuur die Ameland zo bijzonder maakt.’
Houd jij van Ameland of woon jij op Ameland en heb je een bijzonder verhaal te vertellen voor een van onze rubrieken of ben/ken je iemand met een goed Amelander verhaal die dat graag met ons wil delen? Laat het ons dan weten via info@persbureau-ameland.nl




