Tip
Een tip of adverteren? Neem dan contact op met info@persbureau-ameland.nl.

Vlinderjaar 2025 kent twee gezichten: sterk voorjaar, rustige zomer
Was 2025 een goed vlinderjaar? Het korte antwoord: deels wel. In het voorjaar waren er opvallend veel dagvlinders te zien, maar later in het seizoen bleven de aantallen juist langere tijd achter.
Voorjaar duidelijk boven gemiddeld
Uit voorlopige tellingen blijkt dat vooral april en mei goede vlindermaanden waren. Op veel routes werden in die periode meer vlinders gezien dan je op basis van het langjarig gemiddelde zou verwachten. Dat sterke voorjaar hangt waarschijnlijk samen met het weer. Het voorjaar van 2025 verliep opvallend warm, droog en zeer zonnig. Zulke omstandigheden kunnen vlinders helpen: ze worden sneller actief, gaan eerder op zoek naar nectar en partners, en kunnen bij geschikt weer ook meer vliegen en zich beter voortplanten.
Daarna langere periode onder gemiddeld
Na het sterke begin sloeg het beeld om. Rond het einde van mei was er juist een fase waarin opvallend weinig vlinders werden gezien. Daarna volgden nog wel momenten met redelijke aantallen, maar vanaf half juli bleven de tellingen langere tijd achter bij wat je op basis van het langjarig gemiddelde zou verwachten.
In de praktijk betekende dit dat je op veel routes minder vlinders per kilometer tegenkwam dan normaal voor die periode van het jaar. Zo’n dip kan verschillende oorzaken hebben. Weer speelt vaak een rol op korte termijn, maar ook factoren zoals de beschikbaarheid van nectarplanten en waardplanten (waar rupsen van leven) en de algemene kwaliteit van leefgebieden bepalen hoe sterk populaties zich door het seizoen heen kunnen vasthouden. Juist in de zomer wordt zichtbaar hoe kwetsbaar veel soorten zijn: als omstandigheden tegenzitten, dalen de aantallen snel en blijft herstel binnen hetzelfde seizoen beperkt.
Per soort grote verschillen
Ook tussen soorten waren er duidelijke winnaars en verliezers. Sommige soorten waren in 2025 relatief vaak te zien, waaronder groot koolwitje, boomblauwtje en enkele luzernevlinders die later in het seizoen opvallen. Tegelijkertijd hadden soorten als kleine vos, heivlinder en verschillende dikkopjes opnieuw een moeilijk jaar.
Langetermijntrend blijft zorgelijk
Een goed voorjaar kan voor een tijdelijke piek zorgen, maar op de langere termijn staan veel dagvlinders nog altijd onder druk. Het verschil tussen een “meevaller” in één seizoen en echt herstel is groot: daarvoor moeten leefgebieden jarenlang geschikt blijven.
Oorzaken die vaak meespelen zijn verdroging, waardoor bloemen en waardplanten verdwijnen, en versnippering van natuur, waardoor populaties geïsoleerd raken. Ook een te hoge stikstofbelasting kan de plantengroei veranderen, met minder bloemrijke, soortenrijke plekken als gevolg. Daardoor blijft de algemene trend zorgelijk, ook als er af en toe betere maanden tussen zitten.
Bron: Vlinderstichting