Elke maand hebben we het over een dier of plant die je op dat moment in de duinen kunt spotten.
Kattenkruid en kruipend stalkruid behoren beide tot de vlinderbloemigen. Ze zijn dan ook zeer in trek bij hommels, bijen en zweefvliegen. Ze zijn een tweelingsoort, kruipend stalkruid onder de naam Ononis repens subspecie procurrens en kattendoorn Ononis spinosa subspecie spinosa.
Verschil
Meestal zijn ze goed van elkaar te onderscheiden. Stalkruid is een sterk klierachtig behaarde plant die kleverig aanvoelt en laag bij de grond blijft, terwijl kattendoorn een meer opgaande bossige groeiwijze heeft met verhoutende stengels die bezet zijn met stevige doorns.
Strategie
Beide (onder)soorten hebben hun eigen strategie om vraat te voorkomen, bij kattendoorn zijn dat de stekels, bij kruipend stalkruid de kleverigheid en de onaangename “bokkengeur”. Wrijf maar eens een blaadje tussen je vingers.
Beide soorten houden van een matig voedselrijke, vochthoudende en kalkrijke grond.
Kruipend stalkruid is een soort van duingraslanden. De liggende stengels wortelen op de knopen waardoor de soort hele matten kan vormen. Dankzij de klierachtige beharing is de plant bestand tegen lichte overstuiving.
Rode lijst
Landelijk gezien is kattendoorn de meest algemene soort. Het is echt een soort van dijken. Wanneer de dijken door schapen worden begraasd blijft de kattendoorn dankzij hun stekels onaangetast. Planten die tussen kattenkruid groeien profiteren hiervan waardoor er onbegraasde eilandjes ontstaan. Landelijk gezien is de soort sterk achteruitgegaan en staat inmiddels op de rode lijst als “gevoelig”.




