Kopfoto uit privé archief: Duinoord 1970
Hoewel het soms kan voelen alsof de tijd stil staat wanneer je op Ameland bent, verandert het eiland juist continu. Niet alleen door het wisselen van de seizoenen, het verstrijken van de jaren, maar ook door de oprukkende zee die hele delen van het eiland opslokte. Stormvloed en stuivend duinzand deden dorpen als Oerd en Sier verdwijnen. Het eiland is niet meer te vergelijken met hoe het honderd jaar geleden was.
In Herinneringen aan Ameland blikken we terug op een Ameland uit het verleden. Deze keer vertelt Trudy Diepenhorst-De Jong (80)over het Ameland uit haar jeugd in de jaren 1956-1970.

‘De herinneringen die ik heb aan Ameland, waar ik ruim vijftien jaar vakantie vierde, behoren tot de beste van mijn jeugd. Vanaf 1970 woon ik samen met mijn man in Bergambacht, maar van oorsprong kom ik uit Gouda.
Ik kan mij nog goed herinneren hoe we vanuit Gouda met de trein en een heleboel bagage naar Ameland vertrokken. Een grote kist met spullen werd met een bode opgestuurd. Dat was een hele onderneming.
Ik was een jaar of tien toen mijn ouders vertelden dat we naar het eiland Ameland gingen. Als kind heb je daar een bepaalde voorstelling bij. Nadat we met een kleine boot die nog op eb en vloed voer de oversteek hadden gemaakt, was ik dan ook totaal verrast dat we met een auto werden opgehaald die over een stenen weg reed. Ik ging er namelijk vanuit dat het eiland helemaal van zand zou zijn.’
Duinoord zoals het was
‘Die eerste jaren verbleven we in een tenthuisje op Duinoord, dat van kennissen van mijn ouders was. Het derde jaar kochten we zelf een tent. De hele zomervakantie bleven we op Ameland.
Duinoord was toen nog een prachtig, glooiend duinlandschap. Het kampeerterrein werd gevuld met tenten en tenthuisjes, en een enkele caravan. Eens per week kwam de groenteboer met paard en wagen langs om zijn waar te verkopen. Ook was er een omroeper met leuke mededelingen.
Van Eijck was de kampeerbaas en ik herinner mij nog goed de innemende Tjeerd Kooiker die er werkte. Van Eijck organiseerde wekelijks natuurwandelingen door bos en duin en vertelde dan over de bloemen en planten die daar groeiden. Ik ging elke wandeling mee en ben nog altijd een buitenmens. Later, op de kweekschool maakte ik zelfs een werkstuk over Amelander planten en bloemen, zoals de Parnassia.’


Links: Fietstocht naar het Oerd met het recreatieteam 1970: Frans Mulder, Peter Tuinier, Rob Vooys, Wilhelmien, André Smit, Edwin Dadema, Trudy de Jong, Nienke Stapel.
Rechts: Kinderactiviteiten op Duinoord met Trudy de Jong 1969
Jongens en meisjes gescheiden
‘Je kunt het je nu misschien niet meer voorstellen, maar in die tijd werd de jongens en meisjes van elkaar gescheiden op het kampeerterrein met een jongens- en meisjeskamp. Daar werd bovendien streng op gecontroleerd. Zat je als meisje in een jongens tent dan werd je eruit gehaald. Zelfs toen ik alleen bij de opening van een tent zat, kwam er al iemand langs die zei; jongedame, wegwezen hier.
Daar luisterde je dan braaf naar. Maar interessant was het natuurlijk wel!
Over het duin bij de grote kranenbak was het jongenskamp. Dus als onze waterzak of emmer leeg was, dan bood ik me graag aan om water te gaan halen.
Ook was er een klein hokje op Duinoord met postvakjes. ’s Avonds kwam er dan iemand de post sorteren en dan ging het luikje open en werd er op alfabetische volgorde opgelezen voor wie er post was. Van het jongenskamp had ik dan wat namen verzameld, zodat ik de post daar kon rondbrengen.’
Een verwoestende windhoos
‘Jarenlang vierden we die eindeloze zomers op Duinoord. Tot op 11 augustus 1972 een windhoos over Duinoord raasde en een enorme ravage aanrichtte. Wij waren op dat moment niet op het eiland, maar we hoorden de verhalen over caravans die door de lucht vlogen en mensen die dachten dat de wereld verging.
Ook onze caravan stond in het pad van de windhoos en was totaal verwoest.
Mijn man en ik trouwden en we kregen kinderen. Voor vakantie met kleine kinderen vonden we Ameland te ver en we genoten in plaats daarvan in Renesse van de kust.’

1968


‘Toch blijft het eiland bijzonder voor mij, omdat het zo verbonden is met mijn fijnste jeugdherinneringen. Ik mocht graag de fiets pakken om naar de boten te kijken die kwamen en gingen. Het water stond een keer zo hoog dat ik de boot, waar mijn vader op zat, van Nes tot Holwerd kon bekijken.
Al op het eiland vond ik het geweldig om Duits te praten met de Duitse jongens. Later werd ik eerst onderwijzeres en daarna lerares Duits.
Ook herinner ik me de volleybalwedstrijden die georganiseerd werden door De Rots en op de vroegere ijsbaan in het bos.
Zelf heb ik ook twee of drie jaar meegedaan aan het recreatieteam. Er werd veel georganiseerd voor de jeugd: speurtochten door de bossen, een dropping of een dierengeluidenspel in het donker.’


Een Pompadourtje bij Maison Reinders
‘Natuurlijk brachten we dagenlang door op het strand. In die tijd dacht je er niet over na dat het slecht was om lang in de zon te liggen. We zwommen eindeloos in de zee. En ik zal nooit vergeten dat er vlak bij mij ineens een grote kop met snorharen omhoog kwam uit het water. Het dier schrok ook van mij, want even later zag ik het heel ver weg weer opduiken.
In het dorp haalden we ijsjes bij De Jong, waar je lekker kon zitten op het plaatsje met bankjes rondom. En met mijn moeder ging ik graag naar Maison Reinders, een lunchroom aan de Strandweg, waar we een pompadourtje namen; ijs met slagroom en rum. De laatste keer op Ameland zag ik dat Maison Reinders er niet meer is, maar toen ik een huis zag met het naambord, proefde ik meteen weer dat speciale ijs.’

‘Er was altijd wel iets te beleven op Ameland. Zo ging ik graag dansen bij Hotel Scheltema. Daar stonden altijd lange rijen met jongelui. De portier selecteerde wie naar binnen mocht. Binnen was een bar en een grote dansgelegenheid waar een live bandje de muziek verzorgde. Er werd vooral veel geschuifeld. Ik herinner me dat het altijd erg gezellig was. Maar dat was het eigenlijk de hele vakantie lang. Ook wanneer we ‘s avonds voor het slapen gaan nog naar het toiletgebouw gingen, stonden we altijd zo gezellig met elkaar te kletsen in de rij.’

‘Twee jaar geleden zijn mijn man, Paul, en ik nog eens samen naar Ameland geweest. Van het Duinoord van vroeger vond ik, behalve de oude ziekenboeg die nu een gereedschapshok is, niets meer terug en ook veel andere plekken waren onherkenbaar veranderd.
Elke avond tijdens die zomervakanties in mijn jeugd op Ameland keek ik ’s avonds de zonsondergang vanaf het duin. Dat heb ik toen ook weer gedaan. Gelukkig blijft de zonsondergang onveranderd prachtig.’
Ook terugblikken op een Ameland uit het verleden? Stuur een mailtje naar info@persbureau-ameland.nl met als onderwerp Herinneringen aan Ameland en deel in het kort je herinnering. Mogelijk plannen we dan een kort telefonisch interview om jouw herinnering weer tot leven te wekken in een mooie verhaal. Oude foto’s welkom!




