Kopfoto: door JJ Foto’s
In de rubriek ‘Verliefd op Ameland’ praten we met mensen die hun hart verloren zijn aan het eiland of aan iemand op het eiland. Mensen die voor de liefde naar het eiland zijn gekomen of mensen die uit liefde voor het eiland elk jaar weer terugkeren. Vandaag vertelt Goof Versluis (63) over zijn liefde voor Ameland, het eiland waar zijn moeder geboren werd.
‘Mijn vader, Henk Versluis, werkte vroeger op Ameland om de dijken te bouwen. Hij werkte daar zij aan zij met mijn opa, om zinkstukken uit de Biesbosch te plaatsen op het zuidwesten en bij de Ballumerbocht. Zinkstukken zijn traditioneel gevlochten matten die naar de bodem werden afgezonken, om de bodem en oevers onder water te beschermen. Op Ameland ontmoette hij mijn moeder, Coba Smit, ze werden verliefd en mijn vader nam mijn moeder mee naar Werkendam. Maar ondanks dat ik in Werkendam geboren ben en daar ook woon, voel ik toch het eilandbloed door mijn aderen stromen en dat versnelt al bij het zien van het eiland.’


Er gaat niets boven Ameland
‘Zelf woon ik nog altijd in Werkendam, samen met mijn vrouw. We hebben twee zoons gekregen en mochten zes kleinkinderen verwelkomen, waarvan er tot ons verdriet twee overleden zijn.
Vanwege gezondheidsproblemen ben ik nu volledig afgekeurd, maar als voormalig vrachtwagenchauffeur heb ik heel noordwest Europa gezien. Zo weet ik dat er niets boven Ameland gaat. Mijn vrouw en ik gingen in het verleden ook wel met de auto naar Italië, maar dan reden we van Italië in een ruk door naar Holswerd, want het was geen vakantie geweest als we niet ook een paar dagen op Ameland waren.’
Zoutig gras
‘Ik ben niet op Ameland geboren, maar ben er wel getogen. We gingen meerdere keren per jaar, vooral toen ik nog jong was. Eerst gingen we dan met de trein, de bus en de boot. Later kreeg mijn vader een auto, wat het makkelijker maakte.
We verbleven altijd bij oma in de Hans Barentszstraat, mijn opa was al overleden voor ik geboren was. De poepdoos zat in die tijd nog achter op het erf en we gingen in bad in de zinken teil. Ik kan me ook nog het geluid herinneren van de melkboer die vroeg in de ochtend met paard en wagen naar de melkfabriek ging op melk en pap te halen. Dat proefde ook anders dan thuis, omdat het gras hier zoutig is.’

Een zelfgemaakte reddingsboot
‘Ik kan me herinneren dat ik altijd met mijn neefjes aan het spelen was en dat we de nodige kattenkwaad uithaalden. En dat wij er als de kippen bij waren als de reddingsboot uitging. Ik kreeg dan van top tot teen kippenvel bij het zien van die paarden die de kar de schuur uit trokken, het geluid van staal over de tegels en hoe ze dan die zware kar door het mulle zand trokken bij de oude strandopgang waar nu het paardengraf is. Destijds was er dan ook écht iets aan de hand.
Mijn oom heeft ook op die boot gezeten en vertelde er later in het museum verhalen over. De aanblik van de paardenreddingboot was zo indrukwekkend dat mijn neefjes en ik het na speelden, met een zelfgemaakte reddingsboot op het onderstel van een kinderwagen: twee neefjes de paarden en de rest voorop, zo liepen we door het dorp. Eén neef raakte bij ‘de lancering’ van die zelfgemaakte boot een van zijn sokken kwijt. Dat vond zijn moeder destijds niet echt leuk!’

Alleen, op een eiland
‘Ik ben er trots op dat ik eilandbloed heb en dat mijn familie van Ameland komt. Het maakt dat Ameland voor mij echt voelt als thuiskomen. Dat komt ook doordat de Amelanders zo gastvrij zijn en mij elke zomer zo hartelijk ontvangen en verwelkomen.
Het gekke is dat je met een volle boot aankomt, maar als je dan eenmaal gesetteld bent op je verblijf, dan voelt het alsof je alleen op het eiland bent. Zo’n rust geeft het.
Wij zitten al jaren op camping Koudenburg in Hollum in een chalet. Hier heerst nog die echte camping sfeer. Het is er kleinschaliger en gezellig, je hoort kinderen spelen. Hoewel elk jaar alles hetzelfde is, is het toch ook elk jaar weer anders. Wandelen en fietsen langs de zeedijk, het bos, de duinen en het strand. Superlatieven schieten eigenlijk tekort om Ameland te beschrijven.’
Mijmeren en tot bezinning komen

‘Eigenlijk doen we helemaal niet zo veel als we op Ameland zijn. Dat is ook de bedoeling. We lopen veel, met of zonder hond en we bezoeken familie en andersom. We zijn vaak te vinden op het bankje op de zeedijk. In het dijkhuisje onder de zeedijk, dat nu gesloopt is, woonde mijn opa ooit, die was dijkwacht. Het is daarboven heerlijk rustig. Je hoort de vogeltjes, ziet het licht van de vuurtoren en bij helder weer soms zelfs het licht van de vuurtoren van Terschelling en Vlieland. Het is een perfecte plek om te mijmeren en tot bezinning te komen.’
Herinneringen die binden
‘Ook gaan we altijd graag naar restaurant Tante An. Dat zit midden in Hollum en was, volgens de overlevering, vroeger het boerderijtje van opa Borsch. Zo roept veel op het eiland een nostalgisch gevoel bij mij op. Ik weet bijvoorbeeld nog dat ik als kind in de winter, kijkend door de patrijspoortjes, de ijsschotsen voorbij zag komen op de boot. Er moest dan een ijsbrekertje voorop, anders kwam je er niet doorheen.
De mooiste herinneringen heb ik aan de verjaardagen van mijn oma, op Koninginnedag. Dan zat de hele familie aan een lange tafel, een wasteil vol soep. We genoten van de optochten en de Koninginnedagfestiviteiten en we sliepen met zijn allen bij oma. De sfeer was altijd zo opgewekt.
Al deze herinneringen binden mij aan Ameland, en dat gaat nooit meer los.’
Houd jij van Ameland of woon jij op Ameland en heb je een bijzonder verhaal te vertellen voor een van onze rubrieken of ken je iemand met een goed verhaal die dat graag met ons wil delen? Laat het ons dan weten via info@persbureau-ameland.nl




