Vorig jaar stond Ameland stil bij 80 jaar bevrijding. Als eerbetoon aan de bemanning van de Engelse Bommenwerper type Short Sterling 1, die zijn omgekomen op 19 februari 1943 op het wad, maakte glaskunstenaar Jacqueline Metz-Mosterman (62) het kunstwerk ‘Vliegtuig Ramp’. We spreken haar over haar leven, haar werk en dit bijzondere kunstwerk dat te zien is in het Maritiem Centrum in Hollum.
‘Wanneer iemand mij vraagt hoe mijn kunst tot stand is gekomen, kan ik niet anders dan vertellen over mijn oudste zoon, André, die inmiddels niet meer leeft. André was vanaf zijn geboorte zwaar gehandicapt. Destijds was er op het eiland niets voor kinderen zoals André. We hebben lang geprobeerd om volledig zelf voor hem te zorgen, maar dat was op een bepaald punt gewoonweg niet haalbaar, met nog twee dochters en onze winkel, de Hubo.
Vanaf dat moment ging hij om de week naar Beetsterzwaag en had ik iets meer tijd over. Boven André’s bed in Beetsterzwaag hing een schilderij van Jan Kooistra dat mij inspireerde om het tekenen en schilderen weer op te pakken. Ik merkte al gauw dat dit voor mij een goede uitlaatklep was voor mijn verdriet en dat het als verwerkingsproces diende. Door te tekenen en schilderen kon ik uit mijn hoofd komen.’



‘Creatief ben ik altijd al geweest. Met vriendinnen was ik vaak aan het knutselen en we hebben verschillende cursussen gevolgd. Op die manier kwam ik ook in aanraking met glas in lood en de Tiffany-techniek. Als kind werd ik al aangetrokken door glas en glimmende dingen. Wat dat betreft ben ik net een ekster.
Dat wij wonen op zand waar je glas van kunt maken blijft mij ook fascineren. Ik vind het ook zo bijzonder hoe de mens dit heeft uitgevonden en al eeuwenlang doet.’
De kunst van de imperfectie
‘Na die glaskunst cursus had ik besloten dat ik mijn schilderijen wilde vertalen naar glaskunstwerken. In een schilderij kun je makkelijk diepte creëren, maar met de Tiffany-techniek werk je zo plat als wat. Het was dan ook een hele uitdaging om dit effect ook met glas te bereiken. Door te kiezen voor de juiste glasstukken en daar een mooie lichtinval in te krijgen, kun je het glas laten leven.
Mijn voorkeur gaat bovendien uit naar 3D werken, waarbij ik gebruik maak van kralen, ijzerwerk, schelpen en barnsteen. Dit betekent dat ik soms moet experimenteren, want deze materialen hebben een ander smeltpunt dan glas. Je zoekt dus steeds op hoe ver je kunt gaan; wat lukt wel, wat niet. Dat past goed bij mij.’
‘Glas is prachtig materiaal om mee te werken, maar het blijft ook je vijand. Want het knapt en het snijdt. Je moet er voorzichtig mee omgaan en secuur te werk gaan. Dit zorgt voor rust in mijn hoofd, maar je bent soms ook gefrustreerd en met jezelf in gevecht. Dan lukt het tien keer achter elkaar niet, tot het ineens wel lukt. Glaskunst is echt de kunst van de imperfectie. Het blijft handwerk en soms knapt er een glasstukje in, dat je er niet meer uit krijgt. Dat is dan zoals het is.’



Bij elk stuk hoort een verhaal
‘Ik vind het nog altijd lastig wanneer een van mijn werken verkocht wordt of wanneer ik het weggeef. Bij ieder stuk hoort een verhaal, hoort de emotie die ik kwijt moest in het kunstwerk. Een kunstwerk zoals mijn dansende dames, een tweeluik van twee dansende vrouwen die ik eerder had geschilderd, blijft dan ook bij mij.
Hoewel ik trots ben wanneer een stuk verkocht wordt, is er ook het gevoel dat je een stukje van jezelf kwijtraakt. Ik maak dan ook het liefst werk voor bekenden, om weg te geven.’


Mijn vader zag het vliegtuig neer gaan
‘Ook bij het kunstwerk “Vliegtuig Ramp” hoort een verhaal. Mijn vader vertelde dat hij als negenjarig jongetje het vliegtuig destijds het wad in zag gaan. Toen ik zo’n tien jaar geleden met hem en mijn man op het wad was, vonden we oude vliegtuig wrakstukken. Die lagen al die tijd naast huis. Met het 80 jarig bevrijdingsfeest in het vooruitzicht vorig jaar, leek het mij mooi om deze wrakstukjes te gebruiken voor een glaskunstwerk als eerbetoon en ter herinnering aan de omgekomen bemanningsleden. Met dit kunstwerk is de cirkel rond.’

‘Het werken met glas raakt nu wat meer op de achtergrond. Wij mochten twee kleinkinderen krijgen en daar breng ik graag tijd mee door. Doordat ik reuma heb, werken mijn vingers en armen ook niet zo makkelijk meer. De stukken die ik nu maak zijn dan ook minder groot. Zolang ik het kan, zal ik kunst blijven maken, want het moet er soms gewoon uit.
Het leven is niet altijd makkelijk geweest, maar als ik opnieuw mocht kiezen zou ik het precies zo weer doen. André heeft uiteindelijk nog drieëntwintig jaar op Ameland in de Stelp kunnen zijn en dankzij een warme kring aan familie en vrienden en mijn lieve man en dochters, sta ik nog altijd heel positief en een beetje als een soort Pipi Langkous in het leven.’




