RSS
Zoeken

‘Kunst met een opdracht, kunst en gemeenschap’

Geplaatst op: 18 april 2017 - Categorie: Kunst & Cultuur

Loerbol - Foto Simone Kleinhout

LEEUWARDEN - Het project 'Kunst met een opdracht, kunst en gemeenschap’ is gericht op de versterking van de relatie tussen het museum, de lokale gemeenschap en kunst in de publieke ruimte. Het doel is om gezamenlijk de waardering voor kunst in de openbare ruimte door het publiek te onderzoeken. Het project loopt van juni 2016 tot en met eind 2017.

Als studie-case voor dit project wordt het werk van de van oorsprong Amsterdamse kunstenaar Jaap van der Meij (1923-1999) gebruikt. Ruim vierentwintig jaar woonde en werkte hij in Friesland. Zijn monumentale betonplastieken - die zich grotendeels in Noord-Nederland bevinden - lenen zich goed voor dit project. In 2016 is een start gemaakt met een debat over de waardering voor kunst in de openbare ruimte en een zgn. opgraving in Ureterp.

De kunstwerken van Jaap van der Meij maken geen deel uit van de collectie van vijf samenwerkende musea, het beheer van kunst in openbare ruimte behoort vooralsnog niet tot hun taak. De musea willen onderzoeken en met/van elkaar leren op welke manier zij het publiek kunnen betrekken bij de kunst in hun omgeving. De samenwerking van de musea wordt in 2017 concreet gemaakt, door onderzoek, tentoonstellingen en andere activiteiten. Op die manier verwachten zij het publiek te betrekken bij de waardering van het erfgoed van kunst in openbare ruimte.

De omgeving is zich vaak niet bewust van de achtergrond van het kunstwerk en weet in veel gevallen niet wie de maker is. De musea willen de kennis bij het publiek over Jaap van der Meij en zijn kunstwerken vergroten en onderzoeken of de relatie met de gemeenschap hierdoor wordt versterkt.

Basis voor landelijk wetenschappelijk onderzoek
Het project fungeert als gangmaker om met het publiek in gesprek te komen over de betekenis van de kunstwerken in hun directe omgeving. De samenwerkende musea gaan een ander domein betreden, waardoor zij een nieuw en groter publiek gaan bereiken. De activiteiten binnen het project vormen tegelijkertijd de basis van een wetenschappelijk onderzoek.

In het project participeren drie onderzoeksinstellingen:

  • De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, programma Erfgoed van de Moderne Tijd
  • Gerrit Rietveld Academie, Lectoraat Art & Public Space (LAPS)
  • Hanzehogeschool Groningen, lectoraat Image in Context

Deze instellingen ondersteunen het samenwerkingsproject met kennis en voeren tevens onderzoek uit. Onderzoekers gaan op zoek naar de waardering van het publiek voor kunst in de openbare ruimte en hoe die waardering tot stand komt. Op verschillende manieren wordt de relatie tussen de gemeenschap en het kunstwerk nader onderzocht. Wat was de opdracht van het kunstwerk? Welk verhaal wilde het werk vertellen? Is dat verhaal nog betekenisvol voor de gemeenschap? En als dat niet meer zo is, kan het kunstwerk dan een nieuwe lading krijgen waardoor een gemeenschap zich opnieuw wil identificeren met haar erfgoed? Kan het kunstwerk het ‘gesprek tussen generaties’ weer op gang brengen?

De betrokken musea willen leren hoe zij hierin het publiek tegemoet kunnen treden. Al samenwerkend verwachten zij beter in staat te zijn om het erfgoed van de beeldende kunst in een gebouwde omgeving aan de orde te stellen en hoe het publiek daarin actief kan participeren.

Het LAPS doet onderzoek naar - en stimuleert de theoretische reflectie over de rol van kunst en vormgeving in het publiek domein. Dit onderzoek zal landelijk, door zowel de RCE, overheden en particuliere instellingen met collectie in de buitenruimte, met grote belangstelling gevolgd worden. Met de toenemende aandacht voor onderhoud, beheer en herstel van kunstvoorwerpen in de openbare ruimte groeit namelijk ook de vraag naar meting van de publiekswaardering van deze voorwerpen. In zekere zin maakt deze waardering deel uit van de geestelijke toestand van het werk, die evenzeer in ogenschouw moet worden genomen bij beslissingen als de fysieke toestand. Hoewel er in het buitenland (Arts Council England) en in Nederland (Martin Zebracki) aanzetten tot een dergelijk onderzoek zijn gegeven lijkt er nog geen duidelijke methode gevonden te zijn om tot bruikbare resultaten te komen.

Kunstwerken uit de wederopbouwperiode: gewaardeerd of niet?
Opvattingen over (buiten)kunst en architectuur veranderen. Omdat zij deel uitmaken van de publieke ruimte, moet regelmatig de afweging gemaakt worden of er mag worden gesloopt, verbouwd of dat het bewaard moet blijven. De relatief jonge architectuur en kunst uit de twintigste eeuw heeft het moeilijk in deze afweging, we zitten er nog te dicht op. Maar dat mag niet betekenen dat er argeloos aan argumenten voor behoud ervan voorbijgegaan kan worden. Onbekend maakt ook onbemind.

Vanaf 1951was er sprake van een zogenaamde percentageregeling voor nieuwbouw van de Rijksgebouwendienst. Van de bouwsom moest 1,5 % besteed worden aan de decoratieve aankleding van de gebouwen. Daarom zijn er in de wederopbouwperiode veel kunstwerken in de openbare ruimte ontstaan.

Een deel van de kunstwerken uit die wederopbouwperiode is er niet meer. Of is in slechte staat van onderhoud, verweesd. Het is door het verstrijken van de tijd vaak niet helemaal duidelijk wie de eigenaar is en er is vaak niet veel informatie beschikbaar over de achtergrond. Het gevaar dat de kunstwerken niet op waarde worden geschat en uiteindelijk verdwijnen is aanwezig.

Nieuwe samenwerking tussen musea
Museum Opsterlân, Museum Dr8888, Museum Heerenveen, Tresoar en het Amelandse museum Sorgdrager zijn nauw betrokken bij het project. Samen willen ze op inspirerende wijze de lokale gemeenschap betrekken bij de waardering en het behoud van kunst in de publieke ruimte.

Plaatsen ontlenen hun betekenis aan het verleden, het heden en de toekomst. Mensen hebben dat perspectief nodig om zich aan een plaats te kunnen hechten. Daarbij moet, indien mogelijk, ook het verhaal – de context – bewaard blijven om door te kunnen geven. Dit is wat ligt op het werkterrein van de musea, waar ze goed in zijn.

De urgentie is groot, de eerste bewoners van de naoorlogse nieuwbouwwijken waar zich veel kunstwerken bevinden, zijn al oud en hun aantal neemt in snel tempo af. Hun waardering voor en betekenisgeving aan die kunstwerken kunnen we nu nog activeren, om dat door te kunnen geven aan volgende generaties.

Resultaten van het project
Na afloop van het project verwachten de musea beter in staat te zijn om een nieuw publiek te bedienen en zullen ook een bij dit onderwerp passend educatief aanbod te ontwikkelen. Een aanbod dat aanhaakt bij relevante leerdoelen van de scholen in hun werkgebied. De betrokkenheid van de inwoners van het werkgebied bij het project verhoogt de bereidheid om actief te participeren in het programma dat de musea in samenwerking met scholen zullen ontwikkelen.

Het project biedt de musea de gelegenheid om deze vorm van samenwerking te onderzoeken zodat ze beter in staat zijn een vernieuwende vorm van museumeducatie te ontwikkelen.

De resultaten van het project hebben echter een veel groter bereik dan alleen de betrokken musea en participerende instellingen. Ook het betrokken publiek, andere landelijke musea en eigenaren van kunst in de openbare ruimte hebben baat bij de projectresultaten.

Het onderzoek resulteert onder meer in een model voor waarderingsonderzoek voor kunst in de openbare ruimte. Dit waarderingskader komt ten goede aan het totale museale veld, aan het publiek en aan de (lokale) overheden. De projectresultaten leiden tot een verandering van de werkwijze voor wat betreft behoud en beheer, maar ook voor wat betreft de inzet van het publiek daarbij.

Het project stelt mensen in staat om de kwaliteit van de (semi-) openbare ruimte te beleven, actief te participeren bij het behoud van de kunst in hun omgeving en deel te nemen aan de discussie daarover.

Na debat en eerste opgraving meer activiteiten in 2017
In 2016 zijn er twee activiteiten georganiseerd. Het project is in het voorjaar gestart met een debat over kunst en architectuur in de wederopbouwperiode. De publieke kick-off van het project was eind november. Toen is geprobeerd directe omwonenden te bewegen een kunstwerk van Jaap van der Meij dat al jaren dienst doet als plantenbak – de Aardschotel in Ureterp - van planten en aarde te ontdoen. De uitkomst was duidelijk: de directe omwonenden van de Aardschotel toonden vooralsnog geen interesse om het kunstwerk weer in zijn oude glorie te herstellen. Inmiddels wordt al wel nagedacht over een mogelijke herplaatsing en opknapbeurt van het kunstwerk, op een plek in de omgeving van De Lijte waardoor het beter tot zijn recht zal komen dan nu.

Op het programma: exposities, lezingen, kunstroute en bustour
In 2017 staat de ontwikkeling van vijf tentoonstellingen door de samenwerkende musea op het programma. Er wordt een kunstroute en een bustour georganiseerd en er staan lezingen bij de vijf musea op de planning. 

Documentaire, boek, publicatie
Gedurende het project wordt er een documentaire gemaakt die in Friesland en ook landelijk uitgezonden gaat worden. Daarnaast wordt er gewerkt aan een boek over de context van het project, de onderzoeken en het werk van Jaap van der Meij. Alle resultaten van het onderzoek worden gepubliceerd en gedeeld met eigenaren van kunst in de openbare ruimte, landelijke culturele organisaties, platformen en kennisinstellingen.

Fondsen en sponsoren
Het project ‘Kunst met een opdracht, kunst en gemeenschap’ is een initiatief van sjèm en ko. en wordt uitgevoerd in opdracht van Tresoar, Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum. Tresoar werkt hierin samen met de Amelander Musea, Museum Drachten, Museum Heerenveen en Museum Opsterlân en vele anderen.

Het project wordt mogelijk gemaakt door de bijdragen van het Mondriaan Fonds, het VSB Fonds, Bankgiroloterijfonds/Stichting Doen, BNG Cultuurfonds, Ars Donandi, Stichting Zabawas, GGB Bolhuisfonds, de Gravin van Bylandtstichting en het Brucken Fock Fonds. Sponsoren: sjèm en ko., Metafoor Media.

Naar nieuwsoverzicht
Ads door PA
Gesponsorde links:
Hier adverteren?